RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11334828 \ WM VERZ 24-1471 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 5 februari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 22 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft de kantonrechter verzocht om de termijnoverschrijding bij de kantonrechter verschoonbaar te achten gelet op haar inhoudelijke standpunt. De zittingsvertegenwoordiger heeft zich op het standpunt gesteld dat de enkele vermelding dat de ambtenaar bezig was met een lopende melding, onvoldoende is om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden. De officier van justitie heeft de verbalisant niet verzocht een nadere toelichting te geven, omdat de gedraging al van een lange tijd geleden is. Gelet daarop kan niet worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest en moet ervan worden uitgegaan dat de boete dus ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV is opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder, volgens de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De kantonrechter acht de termijnoverschrijding bij de kantonrechter, gelet op het verzoek van de vertegenwoordiger van de officier van justitie, verschoonbaar. De kantonrechter volgt het inhoudelijke standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd. Betrokkene is in het gelijk gesteld. Dat is reden om betrokkene een proceskostenvergoeding toe te kennen. Op basis van het hier toepasselijke Besluit proceskosten bestuursrecht komen voor vergoeding in aanmerking de reiskosten en verletkosten van betrokkene voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter. Volgens dat besluit heeft betrokkene recht op de kosten van het openbaar vervoer, laagste klasse, tenzij gebruik van het openbaar vervoer niet mogelijk is. Dat betrokkene geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer is niet gebleken. De reiskosten van betrokkene bedragen daarom in totaal € 17,20 (retour Haarlem - Alkmaar). Parkeerkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. De kantonrechter wijst het verzoek om een vergoeding toe te kennen voor verletkosten af, omdat gesteld noch gebleken is dat betrokkene als gevolg van het bijwonen van de zitting inkomsten heeft moeten missen. Het verzoek van betrokkene om hem toch een schadevergoeding toe te kennen, wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Wahv geen mogelijkheid biedt om aan een betrokkene een vergoeding voor schade toe te kennen. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en vernietigt die beschikking; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: