RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/360307 / JU RK 24-1914 Datum uitspraak: 23 januari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van De gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers te Alkmaar, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 19 december
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 januari
- Daarbij was aanwezig [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI (de bureaudienst) aanwezig. 1.3 De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 1.4 De kinderrechter heeft [de minderjarige] uitgenodigd voor een kindgesprek. [de minderjarige] heeft van deze mogelijkheid om zijn mening te geven, geen gebruik gemaakt. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] verblijft op de leefgroep [leefgroep] in [plaats] . 2.
- Bij beschikking van 25 januari 2024 heeft de kinderrechter [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 25 januari
- Tevens heeft de kinderrechter bij voornoemde beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor plaatsing van [de minderjarige] in een leefgroep dan wel een gezinsgerichte voorziening tot 25 januari
- 3Het verzoek van de GI 3.1 De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI het volgende aan. 3.2 [de minderjarige] vertoont op de woongroep wisselend gedrag. Daarnaast gaat zijn schoolgang achteruit. [de minderjarige] heeft moeite om naar school te gaan en mist vaak lessen door een gebrek aan nachtrust. [de minderjarige] blijft soms tot laat actief en kan respectloos zijn naar de begeleiding. Ondanks officiële waarschuwingen, komt hier geen verandering in. Ook houdt hij zich niet altijd aan de afspraken. [de minderjarige] heeft moeite met het oppakken van verantwoordelijkheden. Hij kwam positief terug van ‘Yes We Can Clinics’, maar het lukt hem niet om dit vol te houden. De moeder wil graag met [de minderjarige] verhuizen naar haar nieuwe partner in [plaats] , onder de voorwaarden die zij en haar partner hebben gesteld. Hiervoor moet een ‘terug naar huis’ onderzoek worden ingezet. Het contact tussen de moeder en [de minderjarige] ligt sinds oktober/november 2024 echter stil, dus het is de vraag hoe verder en hoe het perspectief van [de minderjarige] eruit ziet. De GI wil de komende periode gebruiken om meer zicht te krijgen op het welzijn van [de minderjarige] , het contact met de moeder en zijn toekomstperspectief. 3.3 Ter zitting op het voorgaande namens de GI aangevuld dat er nog steeds geen vaste jeugd- en gezinsbeschermer betrokken is wegens capaciteitsproblemen bij de GI. Het verzoek is geschreven door een collega van de bureaudienst. De vertegenwoordiger op de zitting is niet op de hoogte van de huidige stand van zaken en de plannen voor de komende periode. 4De beoordeling 4.
- Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter neemt hierbij het volgende in overweging. 4.2 De kinderrechter stelt vast dat de ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [de minderjarige] niet is weggenomen. [de minderjarige] vertoont gedragsproblematiek, zijn schoolgang is verstoord, hij blowt en de relatie tussen [de minderjarige] en zijn moeder is verstoord geraakt. Ook is er onduidelijkheid over het toekomstperspectief van [de minderjarige] . Er zou mogelijk een ‘terug naar huis’ onderzoek worden opgestart, gelet op de plannen van de moeder om met [de minderjarige] naar haar nieuwe partner in [plaats] te verhuizen. Ter zitting is echter gebleken dat er – anders dan uit de stukken blijkt – sinds oktober/november 2024 geen contact meer is tussen de moeder en [de minderjarige] . Wat hiervan de reden is, kon door de GI niet worden toegelicht, aangezien er al een jaar geen vaste jeugd- en gezinsbeschermer betrokken is. Het verzoekschrift van de GI is opgesteld door een medewerker van de bureaudienst. Ter zitting was een andere medewerker van de bureaudienst aanwezig, die niet op de hoogte was van de huidige stand van zaken. De moeder en [de minderjarige] waren niet ter zitting aanwezig, dus ook op die manier kon geen actueel beeld worden verkregen over de situatie. 4.4 De kinderrechter begrijpt dat de GI kampt met een personeelstekort. Tegelijkertijd acht de kinderrechter het onaanvaardbaar dat er in deze zaak sinds de aanvang van de ondertoezichtstelling, inmiddels al een jaar, geen jeugd- en gezinsbeschermer betrokken is. [de minderjarige] staat met reden onder toezicht. Het gaat om een ruim 16-jarige jongen, over wie al langere tijd zorgen bestaan en met wie het – blijkens de stukken – op meerdere levensgebieden nog steeds niet goed gaat. Niet duidelijk is op welke manier er concreet gewerkt wordt aan de gestelde doelen in het kader van de ondertoezichtstelling. Ook is er onduidelijkheid over het toekomstperspectief van [de minderjarige] . Er zou mogelijk worden ingezet op een ‘terug naar huis’ onderzoek, maar kennelijk is het contact tussen de moeder en [de minderjarige] recentelijk (opnieuw) verstoord geraakt. Hoe het nu verder moet, is niet duidelijk geworden. 4.5 Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere termijn verlengen dan verzocht. De kinderrechter doet een dringend beroep op de GI om op korte termijn een vaste jeugd- en gezinsbeschermer aan te stellen. Er dient in het belang van [de minderjarige] snel en actief aan de slag te worden gegaan met de in het kader van de ondertoezichtstelling gestelde doelen. Ook dient duidelijk te worden hoe het toekomstperspectief van [de minderjarige] eruit ziet, aangezien hij over ruim een jaar meerderjarig wordt. 4.6 De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs, voor de duur van drie maanden, tot 25 april
- De kinderrechter houdt de beslissing op het verzoek ten aanzien van het meer verzochte aan, in afwachting van actuele informatie van de GI over de ontwikkeling en het perspectief van [de minderjarige] . De kinderrechter verwacht dat bij de volgende zitting een vaste jeugd- en gezinsbeschermer aanwezig is, die op de hoogte is van de actuele stand van zaken. 4.7 De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), voor de duur van drie maanden tot 25 april 2025; 5.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van drie maanden tot 25 april 2025; 5.
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- houdt de beslissing over het verdere verzoek aan tot een nader te bepalen zitting uiterlijk midden april 2025; 5.
- verzoekt de GI om de rechtbank schriftelijk te berichten over het verloop van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing en of het verzoek voor het overige wordt gehandhaafd; 5.
- bepaalt dat het schriftelijke bericht uiterlijk twee weken voor de nieuwe zitting door de rechtbank ontvangen dient te zijn; 5.
- bepaalt dat de griffier verzoeker, belanghebbende en [de minderjarige] zal oproepen voor de nieuwe zitting. Deze beschikking is gegeven door mr. G.D. de Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2025, in aanwezigheid van de griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 6 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.