← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:12758

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie en Jeugd Locatie Haarlem zorgregeling zaak-/rekestnr.: C/15/364342 / FA RK 25-1965 Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 11 maart 2026 in de zaak van: [de moeder] , wonende in [plaats] , hierna te noemen: de moeder, advocaat mr. D. Rezaie uit Amsterdam, tegen [de vader] , wonende in [plaats] , hierna te noemen: de vader, advocaat mr. A. Sangar uit Rotterdam, -- over -- ­ [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , ­ [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , hierna samen ook te noemen: de kinderen. 1De verdere procedure 1.

  1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van 5 november 2025 en het daarin genoemde stuk. 1.
  2. De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 februari 2026 in aanwezigheid van de moeder, met mr. F. Mahboub (waarnemend voor mr. D. Rezaie) en een tolk, en de advocaat van de vader (per videobelverbinding aanwezig). Ook was tijdens de zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad). 1.
  3. De vader is niet verschenen. Hij is naar de verkeerde rechtbanklocatie gereisd en heeft via zijn advocaat laten weten dat de zitting doorgang kan vinden. Op de achtergrond heeft hij tussendoor contact gehad met zijn advocaat. 1.
  4. De minderjarige [de minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken, maar hiervan heeft hij geen gebruik gemaakt.
  5. Het resterende verzoek 2.
  6. De moeder verzoekt om een verdeling van de zorg- en opvoedtaken (hierna: zorgregeling) vast te stellen tussen de kinderen en de vader, waarbij de vader – zoals de rechtbank begrijpt op grond van de nadere toelichting ter zitting – minimaal twee dagen per week, met overnachting, voor de kinderen zorgt en waarbij de vakanties en feestdagen in onderling overleg tussen partijen worden verdeeld. Zij verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 2.
  7. De moeder heeft haar verzoek in de stukken als volgt onderbouwd. Al sinds de geboorte van de kinderen zorgt de vader weinig en niet structureel voor de kinderen, maar de moeder wil dat daarin verandering komt. Zij wil zelf meer ontlast worden. Volgens de moeder is het belangrijk dat de zorgregeling wordt opgebouwd en uiteindelijk wordt uitgebreid, zodat de kinderen daaraan kunnen wennen en de vader aan zijn verzorgende en pedagogische vaardigheden kan werken. 2.
  8. De moeder en haar advocaat hebben hier tijdens de zitting het volgende aan toegevoegd. Het religieus huwelijk van partijen is nog niet beëindigd. De vader heeft al jarenlang geen woning en reist veel (en voor meerdere maanden) naar het buitenland. De vader ziet de kinderen nu nog steeds alleen af en toe bij de moeder. De moeder verwacht dat de kinderen er verdrietig van gaan worden als de verzochte zorgregeling wordt toegewezen, maar zij wil dat de kinderen een band kunnen opbouwen met de vader en zij wil voorkomen dat de kinderen te afhankelijk van haar worden. Vooral bij [de minderjarige 2] ziet de moeder nu al dat zij erg afhankelijk is van haar en zich letterlijk vastklampt aan haar. Ook wil zij dat de vader zijn verantwoordelijkheid neemt. De moeder stemt in met de door de vader ter zitting voorgestelde zorgregeling, waarbij zij wil dat partijen met hulpverlening toewerken naar een uitbreiding daarvan. 3Het verweer 3.
  9. De advocaat van de vader heeft tijdens de zitting het volgende standpunt van de vader naar voren gebracht. De vader is betrokken bij de kinderen en ziet hen nu regelmatig, maar op willekeurige momenten. Hij wil, net als de moeder en in het belang van de kinderen, graag dat er meer structuur komt in de omgangsmomenten tussen hem en de kinderen. De door de moeder verzochte zorgregeling is op dit moment niet haalbaar, omdat de vader geen eigen woning heeft waar de kinderen op een fijne manier kunnen verblijven. De vader verwacht dat hij over zes tot twaalf maanden een eigen woning heeft. Hij stelt daarom een tijdelijke zorgregeling voor die daarna kan worden uitgebreid. De vader is het in principe namelijk eens met de moeder en wil graag toewerken naar een uitbreiding. Daarom is hulpverlening niet nodig. Als hulpverlening toch nodig blijkt, zullen partijen zelf in het vrijwillig kader gebruik kunnen maken van hulpverlening. De vader ziet daarom geen belang in een verwijzing naar het Uniforme Hulpaanbod (hierna: het UHA). Hij wil dat de tijdens de zitting overeengekomen zorgregeling wordt vastgelegd in een eindbeschikking. 4Het advies van de Raad 4.
  10. De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven dat de zorgregeling tussen de kinderen en de vader moet worden opgebouwd, zodat de kinderen vertrouwen krijgen in de vader. Als partijen worden verwezen naar het UHA, kan er samen met de hulpverlening worden gekeken naar de mogelijkheid tot uitbreiding van de op de zitting door partijen overeengekomen zorgregeling. 5De verdere beoordeling Beschikking van 5 november 2025 5.
  11. Bij beschikking van 5 november 2025 is bepaald dat de vader vanaf 5 november 2025 telkens bij vooruitbetaling een bedrag aan kinderalimentatie van € 487,50 per kind per maand aan de moeder moet betalen. Het verzoek is voor het overige (te weten ten aanzien van de zorgregeling) aangehouden tot een nader te bepalen zitting. De zitting is daarna bepaald op 11 februari
  12. Rechtsmacht en toepasselijk recht 5.
  13. Omdat de vader de Afghaanse nationaliteit heeft, moet eerst de vraag worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek. De gewone verblijfplaats van de kinderen is in Nederland, zodat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Verder is het Nederlands recht van toepassing op het verzoek. Tijdelijke zorgregeling 5.
  14. Nadat uitgebreid tijdens de zitting is besproken welke zorgregeling in het belang van de kinderen haalbaar is, hebben partijen overeenstemming bereikt over een tijdelijke zorgregeling. Partijen hebben afgesproken dat de vader de komende periode op woensdag en zaterdag voor de kinderen zorgt, omdat hij nog geen eigen woning heeft. De vader haalt de kinderen op woensdagochtend bij de moeder op en brengt hen naar school. In de middag haalt hij de kinderen op van school en zorgt hij tot na het eten, te weten tot 20:00 uur, voor hen. De rechtbank stelt daartoe vast dat [de minderjarige 1] volgens de moeder in staat is om zelfstandig naar school te reizen. Mocht hij daartoe in voorkomende gevallen onverhoopt niet in staat zijn, dan ligt het op de weg van de vader om hem op de woensdag naar school te brengen. De vader zorgt op zaterdag van 10:00 uur tot 20:00 uur voor de kinderen, waarbij hij hen bij de moeder ophaalt en terugbrengt. De rechtbank stelt de door partijen overeengekomen zorgregeling vast als tijdelijke zorgregeling, die ook geldt tijdens de vakanties, omdat niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zich daartegen verzet. 5.
  15. Bij de huidige stand van zaken kan de rechtbank nog geen definitieve zorgregeling (die ook ziet op de feestdagen- en vakanties). De band tussen de kinderen en de vader moet namelijk worden opgebouwd en de vader heeft nog geen woning waarin hij de kinderen kan ontvangen. De vader krijgt met de nu vastgestelde tijdelijke zorgregeling de kans om een grotere en vaste rol in het leven van de kinderen te spelen en zijn band met hen te verstevigen. Het ligt verder op de weg van de vader om zich er hard voor in te zetten een passende woning te vinden. Het is van belang dat partijen – zoals zij tijdens de zitting hebben aangegeven – de zorgregeling uitbreiden als dat mogelijk is in het belang van de kinderen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen zich daarbij zullen richten tot hulpverlening in het vrijwillig kader als dat nodig is, zoals zij ook tijdens de zitting hebben toegezegd. Het verwijzen naar het UHA zoals door de moeder is verzocht is niet mogelijk, nu de vader daar geen meerwaarde in ziet en daar om die reden niet voor openstaat. 5.
  16. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
  17. De verdere beoordeling van het verzoek van de moeder om een (definitieve) zorgregeling vast te stellen wordt PRO FORMA aangehouden tot de hierna genoemde datum. 6De beslissing De rechtbank: 6.
  18. stelt, totdat nader wordt beslist, de volgende tijdelijke zorgregeling vast: De vader zorgt voor de minderjarigen: ­ [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , ­ [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [plaats] , iedere week op: ­ woensdag voor school, waarbij de vader de kinderen, althans in ieder geval [de minderjarige 2] , bij de moeder ophaalt en naar school brengt; ­ woensdag na school tot 20:00 uur, waarbij de vader de kinderen van school ophaalt en om 20:00 uur naar huis terugbrengt; ­ zaterdag van 10:00 uur tot 20:00 uur, waarbij de vader de kinderen bij de moeder ophaalt en terugbrengt; 6.
  19. verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  20. houdt de beslissing over de definitieve zorgregeling en voor het overige aan tot 11 december 2026 PRO FORMA en verzoekt de advocaten van partijen de rechtbank schriftelijk te berichten over het verloop van de tijdelijke zorgregeling en eventuele andere relevante nieuwe ontwikkelingen, alsmede de daaraan te verbinden gevolgen; 6.
  21. bepaalt dat het schriftelijk bericht uiterlijk op 4 december 2026 door de rechtbank moet zijn ontvangen en wijst erop dat de rechtbank daarna zal beslissen over de verdere voortgang van de procedure. Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 maart
  22. Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Artikel 7 Brussel II ter. Artikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag
  23. In plaats van zorgregeling moet worden gelezen: “een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken”.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.