RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11264639 \ WM VERZ 24-1192 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 31 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 31 januari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling Betrokkene betwist de gedraging niet, maar stelt dat er nergens staat aangegeven dat er niet van baan mag gewisseld mag worden. Ook stelt betrokkene dat zij niemand tot last is geweest omdat zij daar op heeft gelet. Betrokkene stelt dat de verbalisant haar zeker staande had kunnen houden en dat de verbalisant haar in dat geval een waarschuwing had kunnen geven. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat de verklaring van de verbalisant te summier is en daarom onvoldoende om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden. Gelet daarop kan niet worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest en moet ervan worden uitgegaan dat de boete dus ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV is opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Uit de toelichting in het zaakoverzicht blijkt niet waarom zich in dit geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De enkele vermelding dat het te druk was met verkeer is onvoldoende. Er is ook geen aanvullend proces-verbaal waarin nader wordt ingegaan op het standpunt van betrokkene en waarin wordt toegelicht waarom geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Gelet daarop kan de kantonrechter niet vaststellen dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding is geweest en moet ervan worden uitgegaan dat de boete dus ten onrechte met toepassing van artikel 5 WAHV is opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Het beroep is daarom gegrond, zodat de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: