← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:12878

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11283089 \ WM VERZ 24-1280 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 31 januari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 31 januari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. In het dossier bevindt zich een verklaring van de verbalisant en de foto van de gedraging. Hieruit blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheid dat het parkeren in het gras ter plaatse jaren werd gedoogd en dat het betrokkene onduidelijk was dat er sprake was van een berm of van een groenstrook. Betrokkene heeft twee boetes gehad en stelt dat er sprake is van één handeling omdat zijn auto onafgebroken van 12 tot en met 25 maart 2023 op de betreffende plek geparkeerd heeft gestaan. Op de zitting stelt betrokkene dat er tussen 20 en 22 maart een bord is neergezet waarmee duidelijk is gemaakt dat het niet meer is toegestaan om ter plaatse te parkeren. Betrokkene voert aan dat hij in hartje stad woont en op loopafstand van zijn werk en hij daarom zijn auto niet veel gebruikt. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting op het standpunt gesteld dat uit het document van de gemeente en uit telefonisch contact met de gemeente is gebleken dat er ter plaatse inderdaad een gedoogbeleid van kracht was. Daarnaast blijkt uit de foto’s van de gedraging in beide dossiers dat het voertuig op exact dezelfde plaats staat en heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat hij zijn auto tussen 15 maart en 21 maart 2023 niet heeft verplaatst en de gedraging dus is begaan voordat de bebording is neergezet. De vertegenwoordiger van de officier van justitie verzoekt de kantonrechter de boete matigen tot nihil. De kantonrechter stelt vast dat betrokkene twee boetes heeft gehad, op 15 maart 2023 en op 21 maart
  2. De gedragingen zijn verricht, maar vanwege het gedoogbeleid en het feit dat dit gedoogbeleid is beëindigd doormiddel van de plaatsing van een bord op het moment dat het voertuig van betrokkene al ter plaatse stond geparkeerd, volgt de kantonrechter het standpunt en het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat de boete wordt gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  3. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.