RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11709305 \ CV FORM 25-3188 Uitspraakdatum: 5 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]
- [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats 2]
- [verzoeker 3]wonende te [plaats 3]
- [verzoeker 4]
- [verzoeker 5]
- [verzoeker 6]
- [verzoeker 7]
- [verzoeker 8]
- [verzoeker 9] allen wonende te [plaats 1] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 29 mei 2023 moest vervoeren van Luton Airport (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7832 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 2.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 337,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. De passagiers betwisten niet dat er op Schiphol een avondklok geldt van 23:00 uur (lokale tijd) tot 07:00 uur (lokale tijd), maar wel dat de (rotatie)vlucht om deze reden geen doorgang kon vinden. 4.
- Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Het is aan de vervoerder om te onderbouwen in hoeverre de avondklok het voor hem onmogelijk maakte om de vlucht uit te voeren. Dit heeft hij echter nagelaten. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de annulering van de vlucht het gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Dit betekent dat het verzoek tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is niet hoger dan het volgens het Besluit berekende tarief. De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken. 4.
- Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.587,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.250,00 vanaf 29 mei 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 238,00 aan salaris gemachtigde; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.