← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:12934

RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Haarlem Zaaknummer: C/15/368927 / HA ZA 25-503 Vonnis in incident van 12 november 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DOMIVEST B.V., statutair gevestigd en kantoor houdende te Amsterdam, eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen: Domivest, advocaat: mr. T.C. Boer, tegen [gedaagde] , in haar hoedanigheid van notaris, wonende te [plaats 1], gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen: de notaris, advocaat: mr. H.J. Delhaas. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met de producties 1 tot en met 16 de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met 1 productie de conclusie van antwoord in incident. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
  3. Domivest vordert in de hoofdzaak, samengevat, veroordeling van de notaris tot betaling van € 234.334,89, te vermeerderen met rente en kosten. 2.
  4. Domivest legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Domivest had in september 2021 een hypothecaire geldlening van € 440.000 verstrekt aan de heer [betrokkene] ([betrokkene]). Domivest verkreeg hiervoor een eerste recht van hypotheek op de woning aan de [adres 1] te [postcode 1] [plaats 1] en een eerste recht van hypotheek op de woning aan de [adres 2] te [postcode 2] [plaats 2]. [betrokkene] heeft de woning aan de [adres 1] op 30 oktober 2024 verkocht. Domivest heeft in verband hiermee op 19 november 2024 een aflosnota verstrekt aan [betrokkene] en een brief aan de notaris gestuurd met als bijlage een ondertekende volmacht tot gedeeltelijke vervallenverklaring van de hypotheek. In de brief heeft Domivest meegedeeld dat de volmacht is verleend onder de opschortende voorwaarde dat de opbrengst van de verkoop ad € 234.334,89 wordt aangewend voor de gedeeltelijke aflossing van de hypothecaire lening. De eigendom van de woning aan de [adres 1] is op 10 december 2024 overgedragen. Het bedrag van € 234.334,89 is echter niet aan Domivest uitgekeerd maar geheel uitbetaald aan [betrokkene]. Domivest stelt dat in verband met deze beroepsfout van de notaris, zij het bedrag van € 234.334,89 aan Domivest moet vergoeden. 2.
  5. De notaris vordert in het incident dat haar wordt toegestaan de heer [betrokkene] in vrijwaring op te roepen. Zij erkent dat sprake is van een beroepsfout door haar kantoor omdat de verkoopopbrengst ten onrechte niet aan Domivest maar aan [betrokkene] is uitgekeerd. Zij verklaart dat zij [betrokkene] hierover heeft aangeschreven en hem heeft verzocht het bedrag terug te betalen aan Domivest, maar dat [betrokkene] daartoe nog niet is overgegaan. De notaris stelt dat, als zij in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag aan Domivest, zij dit bedrag volledig op [betrokkene] kan verhalen op grond van ongerechtvaardigde verrijking aan de kant van [betrokkene]. 2.
  6. Domivest refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 2.
  7. De rechtbank overweegt als volgt. Voor toewijzing van een incidentele vordering tot vrijwaring is vereist dat de gewaarborgde zich in een met redenen omklede conclusie beroept op een rechtsverhouding met een derde, die meebrengt dat die derde verplicht is om de nadelige gevolgen van de beslissing in de hoofdzaak tegen de gewaarborgde te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet te worden aangetoond. 2.
  8. Op grond van hetgeen de notaris heeft aangevoerd wordt geoordeeld dat de vrijwaring kan worden toegestaan, omdat de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen. 2.
  9. Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De rechtbank in het incident 3.
  10. staat toe dat [betrokkene], wonende aan de [adres 3] te [postcode 3] [plaats 3], door de notaris wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 17 december 2025, 3.
  11. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, in de hoofdzaak 3.
  12. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 december 2025 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 12 november
  13. 1155

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.