← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:13164

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11283152 \ WM VERZ 24-1292 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 14 februari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 31 januari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling Betrokkene stelt in haar beroepschrift dat zij met haar auto op geen enkele manier de in- of uitgang van het wooncomplex blokkeert of de doorgang naar de openbare weg heeft belemmerd. In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende: “Ik zag dat het voertuig stond geparkeerd voor een inrit en/of uitrit. (…) De doorgang naar de inrit en/of van de uitrit werd hierdoor gehinderd/geblokkeerd. Deze hinder/blokkade bleek uit: staat voor plexcomplex op het witte kruis voor de ingang/in en uitrit…“. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft zich op de zitting – naar aanleiding van het verweer van betrokkene – op het standpunt gesteld dat de gedraging niet kan worden vastgesteld op basis van de verklaring van de verbalisant en de foto’s van de gedraging. Niet is te zien dat betrokkene staat geparkeerd voor een in- of uitrit. De boete is ten onrechte opgelegd, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie. De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie omdat op basis van de stukken in het dossier niet kan worden vastgesteld dat er sprake is van een in- of uitrit. Het beroep is dus gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.