RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11293058 \ WM VERZ 24-1319 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 28 februari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (negeren geslotenverklaring). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 14 februari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling Betrokkene voert aan dag zij een dagje uit waren en met behulp van de navigatie op zoek waren naar de parkeergarage. Betrokkene stelt dat hij per ongeluk in het gesloten gebied terecht is gekomen en direct nadat hij daar achter kwam is gekeerd en via een grote omweg alsnog op de plaats van bestemming is gekomen. Betrokkene stelt dat het geen bewuste gedraging was. De kantonrechter overweegt dat bij de stukken in het dossier zich een foto van de gedraging en schouwrapporten bevinden. Uit die schouwrapporten blijkt dat door de verbalisant maandelijks een schouw is gedaan, vóór en na de datum van de gedraging(en) en dat is vastgesteld dat het C-bord aanwezig was. Van iedere weggebruiker mag worden verwacht dat deze oplettend is op de aanwezige bebording. De bebording gaat vóór de aanwijzingen van de navigatie. De kantonrechter is daarom van oordeel dat betrokkene zich had moeten vergewissen of er een bord stond en dat de omstandigheid dat betrokkene dit heeft nagelaten, voor rekening en risico van betrokkene komt. Het verweer dat betrokkene de gedraging niet opzettelijk heeft begaan en dat hij geen gevaar heeft veroorzaakt, treft geen doel. Voor het opleggen van een boete bij het begaan van een dergelijke gedraging is immers opzet niet vereist. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep is daarom ongegrond. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: