RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11303335 \ WM VERZ 24-1355 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 28 februari 2025 Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief- rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene). De verkeersboete en het beroep Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding (parkeerboete). Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 14 februari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan. De beoordeling Betrokkene stelt op de zitting dat hij wel een blauwe schijf in zijn auto had liggen en dat hij deze ook had neergelegd, links in de hoek bij de voorruit. Betrokkene stelt dat de verbalisant tijdens de staandehouding zei dat de schijf niet zichtbaar genoeg was. Betrokkene stelt ook dat hij medicijnen moest halen en zeker binnen 10 minuten terug was bij zijn auto en dat het zijn woord tegen het woord van de verbalisant is. In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende: “(…) Ik zag dat het motorvoertuig direct langs de blauwe lijn stond. (…) ik zag geen geldige blauwe parkeerschijf in het voertuig, ik heb zowel bij de voorruit, achterruit als alle zijruiten gekeken. Ik constateerde dat genoemde voertuig geparkeerd stond in een blauwe schijf zone gebied zonder geldige parkeerschijf. Ik zag geen geldige ontheffing. Ik heb 10 minuten waarnemingstijd waargenomen, ik zag echter geen activiteiten (…) Bestuurder kwam aangelopen. Aangehouden voor belediging gehoord door eerste verbalisant. (…) verklaring betrokkene: geen verklaring.“ De kantonrechter oordeelt dat de boete terecht is opgelegd. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt voldoende dat de overtreding waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de verklaring van de verbalisant dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden aangevoerd die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter ziet ook geen reden om de boete te matigen. Ook om te laden en/of lossen dient de blauwe parkeerschijf in een parkeerschijfzone duidelijk zichtbaar achter de voorruit van de auto te worden neergelegd. Het beroep is daarom ongegrond. Voor zover betrokkene bezwaren heeft met betrekking tot de handelwijze van de verbalisant overweegt de kantonrechter dat onderhavige procedure hiervoor niet bestemd is. Daarvoor is een aparte klachtenprocedure bij de politie. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: