RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11228259 \ WM VERZ 24-1104 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 28 februari 2025 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) gemachtigde : [gemachtigde] Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen). De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene heeft aangevoerd dat zijn hond in doodsnood naast hem in de auto lag. Betrokkene wilde daarom zo snel mogelijk naar huis waar het medicijn voor zijn hond lag. Omdat zijn voorganger steeds langzamer begon te rijden heeft betrokkene het plan gevat om op het rechte stuk van ca. 650 meter zijn voorganger voorbij te gaan. Er waren geen tegenliggers en daarom zette betrokkene de inhaalmanoeuvre in. Het inhalen kostte echter veel meer tijd dan ingeschat doordat de automobilist welke hij wilde inhalen weer harder begon te rijden. Op dat moment kwam er een politieauto aan, aldus betrokkene. De gemachtigde van betrokkene stelt dat de hoorplicht door de officier van justitie is geschonden en dat de redelijke termijn van berechting is geschonden, zodat de boete dient te worden gematigd. Daarbij is verwezen naar uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting gesteld dat de boete terecht is opgelegd, maar heeft erkend dat betrokkene had moeten worden gehoord en dat dit niet is gebeurd. Dat betekent dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is, dat die beslissing moet worden vernietigd en de boete moet worden verlaagd met 25%. Daarnaast stelt de vertegenwoordiger van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete nogmaals dient te worden gematigd met 25%. De kantonrechter is van oordeel dat de boete terecht is opgelegd. Ondanks de heftig emotionele omstandigheden rechtvaardigen deze niet de gedraging. Betrokkene had een andere keuze moeten maken. De kantonrechter volgt verder het standpunt van de officier van justitie dat de hoorplicht is geschonden en dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete tweemaal met 25% te matigen. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift bij de kantonrechter, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00). De in administratief beroep gemaakte proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 140,63 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 453,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2022:9934 en van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:
- Vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 9 juli 2024, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:HR:2024:1012.