← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:13463

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11273508 \ WM VERZ 24-1259 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 28 februari 2025 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) gemachtigde : [gemachtigde] Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen). Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd. Betrokkene voert aan dat hij zich niet kan herinneren dat hij überhaupt op de locatie waar de gedraging is vastgesteld is geweest en vermoedt dat de verbalisant een fout heeft gemaakt bij de invoer van het kenteken. De gemachtigde van de betrokkene stelt daarnaast dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete dient te worden gematigd met 25%. Daarbij is verwezen naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In de toelichting van het zaakoverzicht verklaart de verbalisant onder andere het volgende: “Ik, verbalisant, zag dat bestuurder van betrokken voertuig mij inhaalde over een dubbele doorgetrokken streep. Ik, verbalisant, zag dat de bestuurder van betrokken voertuig dit deed op een onoverzichtelijke weg. Dit betrof namelijk een stuk wegdek dat omhoog liep vanwegen een brug over een kanaal. Ik zag dat hierbij ook daadwerkelijk tegenliggers kwamen aangereden ten tijden dat betrokkene verbalisant inhaalde. (…) Reden geen staandehouding: Ik, verbalisant, reed in vrije tijd en in eigen voertuig. Ik heb vanwege de gevaarlijke situatie voor de tegenliggers, het overschrijden van de maximale snelheid en hij bumperkleven hieraan voorafgaand, gekozen voor het schrijven van een bekeuring voor et inhalen over de doorgetrokken streep…“ De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting erkent dat de redelijke termijn van berechting is overschreden, zodat de boete dient te worden gematigd met 25%. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing en het standpunt voor het overige te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de gedetailleerde verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Ingevolge artikel 5 van de WAHV wordt de boete opgelegd aan de kentekenhouder indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een motorvoertuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder is. In het onderhavige geval is naar het oordeel van de kantonrechter terecht niet staandegehouden en is de boete door de verbalisant terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Het is niet van belang of betrokkene zelf ter plaatse was ten tijde van de gedraging. De kantonrechter volgt het standpunt van de officier van justitie dat de redelijke termijn van berechting is overschreden en ziet, met verwijzing naar de genoemde uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, aanleiding om de boete met 25% te matigen. Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd zal worden gewijzigd. Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene gedeeltelijk gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift bij de kantonrechter, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00). De in administratief beroep gemaakte proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gedeeltelijk gegrond en matigt de boete tot een bedrag van € 187,50 (met handhaving van de administratiekosten); ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 453,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  3. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Vgl. de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:
  4. Vgl. de uitspraak van de Hoge Raad van 9 juli 2024, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:HR:2024:1012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.