RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11716607 \ CV EXPL 25-1486 Uitspraakdatum: 20 november 2025 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidDe Eerste Kamer B.V. te Hoevelaken de eisende partij gemachtigde: LikiFin - Gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De verdere procedure 1.
- Bij tussenvonnis van 28 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld bij akte nader toe te lichten op welke wijze zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van een incassokostenbeding. 2De verdere beoordeling Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten 2.
- De kantonrechter is van oordeel dat de eisende partij in haar akte voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.
- De eisende partij heeft zich in de akte gerefereerd aan het voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding. De kantonrechter ziet daarom en ook anderszins geen aanleiding om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom artikel 12 van de algemene voorwaarden, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Dit betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. Wat is toewijsbaar? 2.
- De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. 2.
- De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen. Conclusie en proceskosten 2.
- De vordering wordt (grotendeels) toegewezen. 2.
- De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij komen de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten was dat het nodig was om deze op te stellen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 3.806,63, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 123,73; griffierecht € 514,00; salaris gemachtigde € 135,00; 3.
- verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter