RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11435780 \ WM VERZ 24-1830 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 26 februari 2025 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij altijd mocht parkeren op de plaats van vergunninghouders, maar dat dit per 1 januari 2023 is gewijzigd. Betrokkene komt er al 30 jaar een paar keer per jaar om te winkelen. Als je van buiten de gemeente komt kan je niet weten dat de situatie is veranderd. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld dat alleen inwo-ners van Hoorn op parkeerplaatsen voor vergunninghouders mogen parkeren, mits zij beschikken over een digitale gehandicaptenparkeerkaart. Ondanks dat betrokkene niet in Hoorn woont, en hij dus eigenlijk niet op de plek voor vergunninghouders mocht parkeren, heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie verzocht de boete te matigen tot nihil. De regels zijn niet geheel duidelijk geweest en betrokkene was niet op de hoogte van de gewijzigde situatie. De kantonrechter stelt vast dat de gedraging is begaan, maar volgt het standpunt van de vertegen-woordiger van de officier van justitie. De kantonrechter matigt de boete dan ook tot nihil. Het beroep is daarom gegrond. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; ‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en matigt de boete tot nihil; ‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: