RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11314149 \ WM VERZ 24-1407 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 26 februari 2025 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat uit de toegevoegde stukken blijkt dat zijn schoonvader de auto heeft aangemeld om 14:51 uur, dus zes minuten na het opleggen van de verkeersboete. Volgens vaste jurisprudentie moet een parkeerder een redelijke tijd hebben voor het verrichten van uitvoeringshandelingen (in dit geval het aanmelden van de auto). Gelet op de plek waar betrokkene zijn auto parkeert is de afstand tot zijn schoonvader 100-500 meter. Betrokkene is na het parkeren gelijk naar de hoofddeur van het appartementencomplex gegaan. Hierna heeft zijn schoonvader betrokkene aangemeld op de computer. Betrokkene verzoekt om vergoeding van de proceskosten. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De boete is opgelegd nadat betrokkene zijn voertuig had afgemeld. De kantonrechter oordeelt dat uit het dossier blijkt dat betrokkene zijn voertuig om 14:51 uur heeft afgemeld, waarna om 14:57 uur een boete is opgelegd. Het verhaal van betrokkene dat hij een boete heeft ontvangen tussen het moment van parkeren en het lopen naar zijn schoonvader kan dus niet kloppen. Het voertuig van betrokkene stond na de afmelding om 14:51 uur nog geparkeerd, en onduidelijk is hoe lang het voertuig er nog heeft gestaan na 14:57 uur. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen door betrokkene is aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Nu het beroep ongegrond wordt verklaard ziet de kantonrechter geen aanleiding om proceskosten toe te kennen. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: