← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:13804

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11314153 \ WM VERZ 24-1409 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 26 februari 2025 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari

  1. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij vraagt om getuigen. Betrokkene vraagt om bewijs van de gedraging. Er is nooit een aanhouding geweest. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De gedraging blijkt uit het zaakoverzicht. De kantonrechter constateert dat uit het dossier blijkt dat de gedraging visueel is geconstateerd. Van de gedraging is geen foto gemaakt. Het is niet noodzakelijk dat een gedraging door middel van fotoapparatuur wordt vastgelegd. De verklaring van een verbalisant op ambtseed of belofte biedt voldoende grondslag voor de vaststelling van het plegen van de gedraging door betrokkene. De verbalisant heeft verklaard dat hij tijdens de staandehouding van een ander voertuig hetgeluid van een claxon hoorde. Op dat moment zag de verbalisant een ['auto'] langsrijden. Het geluid van de claxon hield zeker 2 seconden aan. De verbalisant keek naar de omgeving maar zag geen enkele duiding op gevaar waarvoor de claxon gebruikt kon worden. Betrokkene lijkt de geconstateerde gedraging te betwisten maar voert daarbij verder geen feiten en/of omstandigheden aan die aanleiding geven voor twijfel aan de deugdelijkheid van de waarneming van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. Betrokkene heeft gesteld dat er nooit een aanhouding is geweest. In dit geval is voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan, omdat de verbalisant blijkens het proces-verbaal bezig was met de staandehouding van een ander voertuig. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep is daarom ongegrond. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
  2. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: Vgl. de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 juli 2021, te vinden op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:GHARL:2021:6593.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.