RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknummer : 11314159 \ WM VERZ 24-1411 CJIB-nummer : ['nummer'] Uitspraakdatum : 26 februari 2025 Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [betrokkene] woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 26 februari
- Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Overwegingen Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de E2-borden inderdaad in de nabije omgeving staan, maar niet op de plek waar betrokkene stond geparkeerd. Dit betekent dat het verbod niet geldt voor de plek waar betrokkene stond.Betrokkene was aan het laden en lossen buiten het gebied waar bord E2 gold. Dit is duidelijk te zijn op de bijgevoegde foto’s. Het laden en lossen was noodzakelijk voor het werk van betrokkene en was van korte duur. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting het brondocument overgelegd. Uit de foto’s in dit document blijkt dat betrokkene achter het E2-bord stond. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelt dat uit het overgelegde brondocument en de toelichting van de vertegen-woordiger van de officier van justitie blijkt dat betrokkene achter het E2-bord stond, en dat hij het parkeerverbod dus heeft genegeerd. Om te kunnen spreken van laden en lossen moeten in de nabijheid van het voertuig activiteiten worden waargenomen die er op duiden dat sprake is van onmiddellijk laden of lossen van goederen. Daarvan is niet gebleken. Dat betrokkene heeft stilgestaan voor zijn werk en voor korte duur doet hier niet aan af. De boete is terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene de Rechtspraak/de rechtbank Noord-Holland in gebreke heeft willen stellen. Volgens artikel 4:17 Algemene wet bestuursrecht verbeurt het bestuursorgaan dat de beschikking op aanvraag niet tijdig geeft een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is. De rechtbank is geen bestuursorgaan en kan niet in gebreke worden gesteld. Betrokkene had wel de officier van justitie in gebreke kunnen stellen als zij de beslistermijn had overschreden. De uitspraak De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken. De griffier De kantonrechter Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,
- Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk. Datum toezending: