RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/356273 / HA ZA 24-488 Vonnis van 26 november 2025 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , die woont in [woonplaats] ,2. [eiseres sub 2], die woont in [woonplaats] ,3. [eiser sub 3], die woont in [woonplaats] ,4. [eiser sub 4], die woont in [woonplaats] , hierna samen te noemen: [eisers sub 1 t/m 4] ,5. de maatschap [de maatschap], die is gevestigd in [woonplaats] , hierna te noemen: [de maatschap] , eisende partijen, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. L. Bijl, tegen 1 [gedaagde sub 1] , die woont in [woonplaats] , hierna te noemen: [gedaagde sub 1] , advocaat: mr. N.E. Bobbert,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRODELTA INVESTMENTS PARTNERS B.V., die is gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: ProDelta, advocaat: mr. J. van den Brande,3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HOLLAND LIFT INTERNATIONAL B.V. (in liquidatie), die is gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: Holland Lift, niet verschenen,4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SMP INTERNATIONAL B.V. (in liquidatie), die is gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: SMP, niet verschenen, gedaagde partijen. De zaak in het kort Deze zaak gaat over de aansprakelijkheid van de vereffenaar van een ontbonden rechtspersoon. [eisers] houden [gedaagde sub 1] en ProDelta als vereffenaars aansprakelijk voor de schade die zij stellen te hebben geleden. De rechtbank wijst de vorderingen van [eisers] in dit vonnis af omdat, kort gezegd, [eisers] niet duidelijk hebben gemaakt dat aan de vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 11 december 2024, waarin de rechtbank een mondelinge behandeling heeft bevolen. 1.2. Deze mondelinge behandeling heeft op 8 september 2025 plaatsgevonden. De griffier heeft van deze zitting aantekeningen gemaakt. De advocaten hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij hebben overgelegd. De rechter heeft ter zitting de akte overlegging producties met producties 10 tot en met 13 van [gedaagde sub 1] aan het procesdossier toegevoegd. Aan het eind van de zitting heeft de rechter bepaald dat in deze zaak vandaag vonnis zal worden gewezen. 2De feiten 2.1. [eisers] zijn de vennoten van [de maatschap] . [de maatschap] houdt zich bezig met het beheren van onroerend goed. 2.2. [eisers] hebben aan Holland Lift bedrijfsruimten verhuurd. 2.3. ProDelta houdt via SMP alle aandelen in Holland Lift. [gedaagde sub 1] en SMP waren tot 22 augustus 2023 bestuurder van Holland Lift. 2.4. Op 22 augustus 2023 zijn Holland Lift en SMP ontbonden door een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders. [gedaagde sub 1] is tot vereffenaar van Holland Lift en SMP benoemd. De ontbinding van Holland Lift per 22 augustus 2023 is op 19 december 2023 in het handelsregister geregistreerd. 2.5. [de maatschap] heeft [gedaagde sub 1] op 15 januari 2024 aansprakelijk gesteld voor de schade die [de maatschap] zal lijden als Holland Lift haar verplichtingen op grond van de huurovereenkomsten niet nakomt. 2.6. Op 31 januari 2024 is [gedaagde sub 1] gestopt als vereffenaar. Vervolgens is Hollips B.V., waarvan ProDelta enig aandeelhouder en bestuurder is, vereffenaar geworden. 2.7. Op 5 februari 2024 is aan [eisers] meegedeeld dat Holland Lift vanaf maart 2024 geen huur meer zal gaan betalen. Vervolgens heeft [de maatschap] ProDelta op 6 februari 2024 aansprakelijk gesteld. 2.8. Holland Lift en SMP zijn op 9 april 2024 op verzoek van de vereffenaar failliet verklaard. De curator heeft op 12 april 2024 de huurovereenkomsten tussen Holland Lift en [eisers] opgezegd met inachtneming van een maximale opzegtermijn van drie maanden (artikel 39 Faillissementswet). 2.9. [eisers] hebben bij de curator vorderingen ingediend. Het gaat daarbij om de volgens [eisers] vanaf 1 maart 2024 verschuldigde huur en om kosten die Holland Lift op grond van de huurovereenkomsten zou moeten betalen. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen, samengevat en na eiswijziging, dat de rechtbank (uitvoerbaar bij voorraad) voor recht verklaart dat [gedaagde sub 1] en ProDelta onrechtmatig tegenover [eisers] hebben gehandeld en dat zij aansprakelijk zijn voor de door [eisers] geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. Verder vorderen [eisers] dat de rechtbank [gedaagde sub 1] en ProDelta veroordeelt in de proceskosten. 3.2. Aan hun vorderingen leggen [eisers] ten grondslag dat [gedaagde sub 1] als formele vereffenaar en ProDelta als feitelijk vereffenaar onrechtmatig tegenover [eisers] hebben gehandeld. [eisers] maken [gedaagde sub 1] en ProDelta in dit verband diverse verwijten op grond waarvan [gedaagde sub 1] en ProDelta aansprakelijk zouden zijn voor de huur en kosten die Holland Lift op grond van de huurovereenkomsten volgens [eisers] nog zou moeten betalen. 3.3. [gedaagde sub 1] en ProDelta hebben afzonderlijk verweer gevoerd. Zij voeren allebei aan dat [eisers] niet aan hun stelplicht hebben voldaan. Ook bestrijden [gedaagde sub 1] en ProDelta dat hen een (persoonlijk ernstig) verwijt kan worden gemaakt. Daarnaast betwisten [gedaagde sub 1] en ProDelta het causaal verband: wat [eisers] hen verwijten heeft niet tot de gestelde schade geleid. Verder wordt betwist dat [eisers] schade hebben geleden en dat de zaak naar de schadestaatprocedure kan worden verwezen. Volgens ProDelta kan de rechtbank de vorderingen tegen haar sowieso niet toewijzen omdat zij geen vereffenaar is (geweest). Dat was, na [gedaagde sub 1] , Hollips B.V. ProDelta was slechts als (indirect) aandeelhouder bij de vereffening betrokken, aldus ProDelta. [gedaagde sub 1] en ProDelta concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.4. De rechtbank zal nader ingaan op de stellingen van partijen en de verweren als dat voor de beoordeling van de vorderingen nodig is. 4De beoordeling Vorderingen tegen Holland Lift en SMP 4.1. De rechtbank beschouwt de vorderingen tegen Holland Lift en SMP als ingetrokken omdat [eisers] op de zitting van 8 september 2025 (de mondelinge behandeling) hebben bevestigd dat zij de procedure tegen Holland Lift en SMP willen intrekken. Hebben [gedaagde sub 1] en ProDelta onrechtmatig gehandeld? 4.2. [eisers] vorderen een verklaring voor recht dat [gedaagde sub 1] en ProDelta onrechtmatig hebben gehandeld. [eisers] maken [gedaagde sub 1] en ProDelta de volgende verwijten: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.