RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11766550 \ CV FORM 25-4081 Uitspraakdatum: 19 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 24 juli 2023 moest vervoeren van Kopenhagen Airport (Denemarken) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU7938 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 397,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 59,55 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00.Daarnaast verzoekt hij de vervoerder te veroordelen tot betaling van de door hem gemaakte kosten voor een hotelovernachting (€ 147,00). 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- Omdat vast staat dat de vlucht is geannuleerd, geldt in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de voorgaande vluchten niet tijdig konden vertrekken door opgelegde beperkingen door de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht geen doorgang meer kon vinden. De bemanning zou immers uit de uren zijn gelopen. Omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd, kon het toestel niet eerder vertrekken. Ook het uit de uren lopen van de bemanning als zodanig is niet inherent aan de normale bedrijfsuitoefening van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Dit betekent dat het beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt. 4.
- Vast staat dat de passagier is omgeboekt op vlucht SK
- De passagier betwist dan wel dat het alternatieve reisplan bij eerste gelegenheid werd uitgevoerd, maar hij heeft niet aangetoond dat hij sneller naar zijn eindbestemming vervoerd had kunnen worden. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de alternatief aangeboden vlucht geen redelijke maatregel vormt. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te beperken. De passagier heeft in dit verband ook niets anders aangevoerd. De door de passagier verzochte compensatie – en de daarover verzochte wettelijke rente – zal daarom worden afgewezen. 4.
- Omdat de vervoerder de verzochte hotelkosten niet heeft betwist, zal dit deel van het verzoek worden toegewezen. 4.
- De verzochte wettelijke rente over deze kosten is niet toewijsbaar vanaf 24 juli 2023 omdat – wat deze kosten betreft – voor het intreden van verzuim een ingebrekestelling is vereist. Deze rente zal derhalve worden toegewezen vanaf 22 dagen na 10 augustus 2023, nu gesteld noch gebleken is dat sprake is van een eerdere datum van het intreden van het verzuim. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagier buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal de verzochte buitengerechtelijke kosten daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 48,40 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen. 4.
- De passagier wordt, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren. 4.
- De passagier zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 4.
- Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 195,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 147,00 vanaf 1 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 9 lid 1 onder b van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.