RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11774907 \ CV FORM 25-4194 Uitspraakdatum: 19 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]
- [verzoeker 2]
- [verzoeker 3] allen wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht easyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 24 augustus 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Londen Gatwick Airport (Verenigd Koninkrijk), met vlucht EJU8683 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie en terugbetaling van de ticketprijzen van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft de verzochte compensatie niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 919,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 137,89 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier.Daarnaast stellen zij dat de vervoerder hen de kosten van de vliegtickets moet terugbetalen. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Daarom moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Hij heeft namelijk, tegenover de betwisting door de passagiers, onvoldoende onderbouwd dat hij hun redelijk alternatief vervoer heeft aangeboden. De stelling van de vervoerder dat zij per e-mail een link hebben ontvangen waarmee zij zelf een alternatieve vlucht konden boeken, is in dit verband onvoldoende. Daaruit blijkt immers niet of er daadwerkelijk alternatieven zijn aangeboden. Het verzoek tot betaling van compensatie zal daarom worden toegewezen. De over dit bedrag verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
- Daarentegen oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij de door de passagiers betaalde ticketkosten reeds heeft terugbetaald. Dit deel van het verzoek – en de daarover verzochte wettelijke rente – zal daarom worden afgewezen. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De kantonrechter zal het verzochte bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 136,13 (inclusief btw) en voor het overige afwijzen. 4.
- De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. 4.
- Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 886,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 750,00 vanaf 24 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt; 5.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 8 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.