RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11789928 \ CV FORM 25-4604 Uitspraakdatum: 12 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Ryanair DAC gevestigd te Dublin (Ierland) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 4 november 2023 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Malaga Airport (Spanje), met vlucht FR2335 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,
- 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- Omdat vast staat dat de vlucht is geannuleerd, geldt in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- Volgens de vervoerder was de vlucht onderdeel van de rotatievlucht Malaga – Amsterdam – Malaga (vluchtnummers FR2344 en FR2335). Deze vluchten zijn volgens de vervoerder met hetzelfde toestel uitgevoerd. Het toestel heeft voorafgaand aan de rotatievlucht nog rotatievluchten Malaga – Santander (vluchtnummers FR2593 en FR2594) en Malaga – Nador (vluchtnummers FR3148 en FR3149) uitgevoerd. Vlucht FR2593 kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging werkt gedeeltelijk door op vlucht FR
- De vertraging is namelijk bij vlucht FR2594 teruggebracht tot 23 minuten. Daarna werd vlucht FR2594 met nog 14 minuten vertraagd, maar voor deze vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. 4.
- Ook vlucht FR3149 kreeg een latere vertrektijd opgelegd door de luchtverkeersleiding. Dit heeft vervolgens tot een aanvullende vertraging van 2 uur en 7 minuten geleid. Vlucht FR3149 is uiteindelijk uitgevoerd met een vertraging van 3 uur en 2 minuten. Als gevolg van deze vertraging is de bemanning ‘uit de tijd gelopen’. Er was geen reservebemanning in Malaga beschikbaar. Daarom is de (rotatie)vlucht geannuleerd, aldus de vervoerder. 4.
- Het betoog van de vervoerder slaagt. De kantonrechter stelt voorop dat het uit de uren lopen van de bemanning in beginsel een operationeel probleem is. Door bijkomende omstandigheden kan dit echter wel als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt. De vervoerder heeft in dit geval voldoende onderbouwd dat het uit de uren lopen van de bemanning – en dus de annulering van de vlucht – het gevolg was van de doorwerking van de vertraging van de voorgaande vluchten. Hij heeft ook voldoende onderbouwd dat deze vertraging grotendeels het gevolg was van beslissingen door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dergelijke beperkingen zijn niet inherent aan de normale bedrijfsuitoefening van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.
- Bovendien oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om deze omstandigheden zo beperkt mogelijk te houden. Hij heeft de passagier namelijk omgeboekt op een alternatieve vlucht naar zijn eindbestemming. Ook waren alle reservebemanningen al ingezet op eerdere verstoorde vluchten. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. De passagier heeft in dit verband ook niets anders aangevoerd. Het verzoek van de passagier zal daarom worden afgewezen. 4.
- De passagier wordt, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst het verzochte af; 5.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 82,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de kosten van betekening van deze beschikking; 5.
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening.