← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:13938

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11789795 \ CV FORM 25-4596 Uitspraakdatum: 26 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]

  1. [verzoeker 2]
  2. [verzoeker 3] allen wonende te [plaats 1]
  3. [verzoeker 4]wonende te [plaats 2]
  4. [verzoeker 5]
  5. [verzoeker 6]
  6. [verzoeker 7]
  7. [verzoeker 8]
  8. [verzoeker 9] allen wonende te [plaats 3]
  9. [verzoeker 10]
  10. [verzoeker 11] beiden wonende te [plaats 4]
  11. [verzoeker 12]wonende te [plaats 5] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands rechteasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
  12. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 24 juli 2023 moest vervoeren van Malpensa Airport (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EZY3857 (hierna: de vlucht). 2.
  13. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  14. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  15. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.
  16. Passagier sub 12 heeft het vermeende vorderingsrecht van zijn minderjarige kind [minderjarige] aan zichzelf gecedeerd. 3Het geschil 3.
  17. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 3.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
  18. De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. 3.
  19. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
  20. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.Compensatie 4.
  21. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. Daarom moet de vervoerder in beginsel compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.Passagiers onder sub 1 t/m sub 11 4.
  22. De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Hij heeft namelijk, tegenover de betwisting door de passagiers, onvoldoende onderbouwd dat hij hun redelijk alternatief vervoer heeft aangeboden. De stelling van de vervoerder dat zij per e-mail een link hebben ontvangen waarmee zij zelf een alternatieve vlucht konden boeken, is in dit verband onvoldoende. Het feit dat de passagiers (wegens het gebrek aan redelijke alternatieven) om terugbetaling van de door hen betaalde ticketkosten hebben verzocht en dat deze kosten vervolgens zijn voldaan, staat niet aan het recht op compensatie in de weg. Het verzoek tot betaling van compensatie zal daarom worden toegewezen. De over dit bedrag verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken eveneens toewijsbaar. Passagier onder sub 12 4.
  23. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de voorgaande vluchten vertraagd werden uitgevoerd door besluiten van de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze (vertrek)vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht pas na het ingaan van de Amsterdamse avondklok zou arriveren. Omdat instructies van de luchtverkeersleiding altijd moeten worden opgevolgd, kon het toestel niet toch eerder vertrekken. Ook de avondklok is een omstandigheid die niet inherent is aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. Daarom is de annulering van de vlucht het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. 4.
  24. Bovendien oordeelt de kantonrechter dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij passagier sub 12 heeft omgeboekt op een alternatief, met welke vlucht hij en zijn minderjarige kind de volgende dag naar Amsterdam zijn vervoerd. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. De passagiers hebben ook niets anders aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vertraging is immers zo beperkt mogelijk gebleven. Dit betekent dat de verzochte compensatie ten behoeve van passagier sub 12 – en de daarover verzochte wettelijke rente – zal worden afgewezen. (Buitengerechtelijke) kosten 4.
  25. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is niet hoger dan het volgens het Besluit berekende tarief. De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen. 4.
  26. De passagiers worden, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren. 4.
  27. De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. 4.
  28. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
  29. De beslissing De kantonrechter: 5.
  30. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.750,00 vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  31. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 238,00 aan salaris gemachtigde; 5.
  32. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt; 5.
  33. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.