← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14173

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11810418 \ CV FORM 25-4821 Uitspraakdatum: 26 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Azores Airlines gevestigd te Ponta Delgada, Portugal verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: [gemachtigde] (FORO – Advocatenkantoor) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij onvoldoende concreet heeft gesteld dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Het verzoek van de passagier wordt toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2De feiten 2.

  1. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 26 juni 2025 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Lissabon, Portugal, naar Santa Maria, Portugal, met vluchtcombinatie TP675 en S
  2. 2.
  3. De vervoerder heeft vlucht S4113 van Lissabon naar Santa Maria (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming aangekomen. 2.
  4. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  6. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 72,60, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  7. De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-. 3.
  8. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
  9. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  10. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  11. De kantonrechter oordeelt dat, ongeacht of de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder onvoldoende concreet heeft gesteld dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Weliswaar stelt de vervoerder in de conclusie van de bijlage bij het antwoordformulier dat hij alle mogelijke maatregelen heeft getroffen, maar hij heeft op geen enkele manier toegelicht of onderbouwd wat deze maatregelen inhielden. Omdat de stelplicht hiervan op de vervoerder rust, had dit wel op zijn weg gelegen. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Dit betekent dat, ongeacht of de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagier moet compenseren. De verzochte hoofdsom zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
  12. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft niet betwist dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  13. De verzochte rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van het indienen van het vorderingsformulier. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Zij heeft niet gesteld dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
  14. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 4.
  15. Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
  16. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 472,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 26 juni 2025, en over € 72,60 vanaf 24 juli 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  17. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  18. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.