RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11789531 \ CV FORM 25-4576 Uitspraakdatum: 26 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]
- [verzoeker 2]wonende te [plaats 2]
- [verzoeker 3]wonende te [plaats 3] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Naar het oordeel van de kantonrechter levert dat echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Het verzoek van de passagiers wordt toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C). 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen en het kind van passagier sub 2 op 10 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Kopenhagen, Denemarken, met vlucht EJU7939 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- Passagier sub 2 heeft het eventuele vorderingsrecht van zijn minderjarige kind aan zichzelf overgedragen. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. Het totaalbedrag van het verzoek is inclusief het eventuele vorderingsrecht tot compensatie van het kind van passagier sub 2, dat passagier sub 2 aan zichzelf heeft overgedragen. 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.
- De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Nice – Amsterdam – Kopenhagen – Amsterdam (vluchtnummers EJU1753, EJU1754, EJU7939 en EJU7940). De vluchten EJU1753 en EJU1754 van Amsterdam naar Nice en terug naar Amsterdam werden vertraagd uitgevoerd vanwege (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde vervolgens door te werken op de vlucht in kwestie en op de retourvlucht naar Amsterdam. Dit maakte het onmogelijk om vlucht EJU7940 van Kopenhagen naar Amsterdam uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Daarop heeft de vervoerder de vlucht in kwestie en vlucht EJU7940 geannuleerd. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten. 4.
- Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee echter onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, kon worden uitgevoerd. Weliswaar zou het nachtregime van Schiphol van toepassing zijn op de retourvlucht EJU7940 (van Kopenhagen naar Amsterdam), maar dat gold niet voor de vlucht in kwestie. De stelling van de vervoerder dat de bemanning nog moest terugkeren naar Amsterdam en dat het toestel gepland stond een dag later weer andere vluchten uit te voeren, maakt dit niet anders. Dit zijn immers interne, operationele gronden. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om de passagiers te compenseren. Daarmee heeft hij onvoldoende onderbouwd dat hij geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
- Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.150,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.000,00 vanaf 10 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:
- Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van Zo16 december 2015.