RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11789880 \ CV FORM 25-4602 Uitspraakdatum: 26 november 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verweer van de vervoerder slaagt niet omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de passagier na de annulering van de vlucht een vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. Het verzoek wordt toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 24 juli 2023 vervoeren van Praag, Tsjechië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U27930 dan wel EZY7930 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-. 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- De vervoerder betwist dat Aviclaim door de passagier gemachtigd is om deze procedure op te starten. Hij voert aan dat het overgelegde machtigingsformulier op naam staat van [betrokkene]. Dit is niet de passagier in kwestie ([verzoeker]), aldus de vervoerder. 4.
- Het betoog van de vervoerder slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier met het overleggen van haar boekingsdocumenten en haar paspoort, en omdat de vervoerder niet heeft betwist dat zij een bevestigde boeking had voor de vlucht, voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij Aviclaim heeft gemachtigd om namens haar te procederen. Daarnaast komen de geboortedata op het paspoort en het machtigingsformulier overeen, zodat het hier lijkt te gaan om een roepnaam van de passagier. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter oordeelt echter dat, ongeacht of de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden, de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft geoordeeld dat bij annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen. 4.
- De passagier heeft dit in het vorderingsformulier betwist. Zij voert aan dat de vervoerder haar na de annulering geen vervangende vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Weliswaar heeft de vervoerder daar tegenin gebracht dat er binnen 24 uur geen vluchten beschikbaar waren die door hemzelf werden uitgevoerd, maar dat is onvoldoende. Hij was immers ook gehouden om opties voor vluchten bij andere luchtvaartmaatschappijen te onderzoeken en deze (actief) aan te bieden. Hij heeft niet gesteld dat hij aan deze verplichting heeft voldaan. Voor zover de vervoerder bedoelt dat er geen plaats was op alternatieve vluchten van andere luchtvaartmaatschappijen, was het, vanwege de betwisting van de passagier, aan hem om dat te bewijzen. Hij is daar niet in geslaagd. De enkele stelling dat hij geen inzicht heeft in het aantal beschikbare plaatsen van andere luchtvaartmaatschappijen, is in dit verband onvoldoende. Daarmee heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle middelen heeft aangewend om alternatief vervoer beschikbaar te stellen. Dit had wel op zijn weg gelegen. Daarom heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen. 4.
- Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagier moet compenseren. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 4.
- Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 290,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:
- Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.