← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14196

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11847604 \ CV FORM 25-5524 Uitspraakdatum: 3 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Easyjet Europe GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het verweer van de vervoerder slaagt niet omdat de passagier voldoende heeft onderbouwd dat zij is na de annulering is omgeboekt naar een vlucht waarmee zij met meer dan een dag vertraging op de eindbestemming is aangekomen en de vervoerder daartegenover onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen mogelijkheid was voor een eerder alternatief. Daarmee heeft hij niet alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te beperken. Het verzoek van de passagier wordt toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier; de e-mail van de passagier van 11 november 2025, inhoudende een verzoek om een mondelinge behandeling. 2De feiten 2.

  1. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 24 september 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU8688 (hierna: de vlucht). 2.
  2. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  3. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  4. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  5. De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  6. De passagier baseert haar verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-. 3.
  7. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
  8. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  9. De passagier heeft per e-mail verzocht om een mondelinge behandeling in deze procedure. De kantonrechter zal dit verzoek weigeren omdat hij, gezien de omstandigheden van de zaak, van oordeel is dat een eerlijke rechtspleging in deze zaak geen mondelinge behandeling vergt. 4.
  10. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  11. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. Het is in dat geval aan de vervoerder om aan te tonen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd. 4.
  12. De passagier stelt dat zij na de annulering van de vlucht is omgeboekt naar vlucht U2 7846, waarmee zij met een vertraging van 27 uur en 22 minuten op de eindbestemming is aangekomen. Ter onderbouwing heeft zij een e-mail met vluchtgegevens overgelegd. De vervoerder betwist dit en voert aan dat de passagier na de annulering van de vlucht is omgeboekt naar een vlucht waarmee zij binnen 24 uur op de eindbestemming is aangekomen. Hij verwijst daarbij naar een bericht met (andere) vluchtgegevens. 4.
  13. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee onvoldoende gemotiveerd betwist dat de passagier na de annulering is omgeboekt naar vlucht U2 7846 en dat zij daarmee met een vertraging van ruim 27 uur op de eindbestemming is aangekomen. Het had op zijn weg gelegen om in ieder geval toe te lichten naar welke (andere) vlucht zij zou zijn omgeboekt en tot welke vertraging dat zou hebben geleid. Het door hem overgelegde bericht leidt evenmin tot een andere conclusie omdat dit kennelijk betrekking heeft op een annulering van een vlucht met een ander vluchtnummer. 4.
  14. Daarmee staat in deze procedure vast dat de passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van ruim 27 uur op de eindbestemming is aangekomen. Zoals hiervoor overwogen, vormt dit in beginsel geen redelijke maatregel. De vervoerder heeft niet gesteld dat er geen mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht. Daarom heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen. Dit betekent dat, ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagier moet compenseren. De verzochte hoofdsom zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
  15. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De kantonrechter is van oordeel dat de passagier voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagier kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  16. De verzochte wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van het indienen van het vorderingsformulier. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Zij heeft niet gesteld dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
  17. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 4.
  18. Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 298,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 250,00 vanaf 24 september 2023, en over € 48,40 vanaf 21 augustus 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  21. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Artikel 5 lid 1 van de Verordening tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen nr. 861/
  22. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:
  23. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.