RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11801426 \ CV FORM 25-4731 Uitspraakdatum: 3 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]
- [verzoeker 2] beiden wonende te [plaats] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Air France gevestigd te Roissy, Frankrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een langdurig vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van ongunstige weersomstandigheden, namelijk een sterke wind uit de verkeerde richting, waardoor het noodzakelijk was om met minder brandstof aan boord op te stijgen en een tussenstop te maken. Het betoog van de vervoerder slaagt en het verzoek van de passagiers wordt afgewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 en 23 juli 2023 vervoeren van San José, Costa Rica, via Parijs, Frankrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie AF431 en AF
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht AF431 van San José naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht naar de eindbestemming, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat vlucht is omgeleid en daarom voor hen als geannuleerd kan worden beschouwd. Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd en daarbij een tussenstop heeft gemaakt in Panama City, Panama. In geschil is of deze situatie geldt als een (langdurige) vertraging of een annulering. De passagiers stellen, onder verwijzing naar een arrest van het Hof, dat de tussenstop een omleiding is, waardoor de vlucht voor hen als geannuleerd kan worden beschouwd. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder dit betwist en aanvoert dat het gaat om een langdurige vertraging. 4.
- Naar het oordeel van de kantonrechter is hier inderdaad sprake van een (langdurige) vertraging en niet van een annulering. Weliswaar heeft het Hof geoordeeld dat een omgeleide vlucht die op een andere luchthaven landt dan gepland voor de passagiers als geannuleerd kan worden beschouwd, maar in dit geval ging het slechts om een tussenstop waarna de vlucht uiteindelijk wel op de eindbestemming is geland. In zoverre is de huidige situatie niet vergelijkbaar met de situatie uit het arrest, waarin de vlucht in het geheel niet meer op de eindbestemming landde, zodat het arrest niet zonder meer op deze zaak van toepassing is. 4.
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kan uitoefenen. 4.
- De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – San José – Parijs (vluchtnummers AF430 en AF431). Vlucht AF430 van Parijs naar San José werd vertraagd uitgevoerd. Hierdoor is het toestel met een vertraging van 27 minuten aangekomen in San José. De vervoerder heeft niet toegelicht in hoeverre deze vertraging heeft doorgewerkt op de vlucht in kwestie en ook niet gesteld dat hij voor dit gedeelte van de vertraging van de vlucht een beroep doet op buitengewone omstandigheden, zodat de kantonrechter aan dit gedeelte van de vertraging voorbij zal gaan. 4.
- De vervoerder voert daarnaast aan dat de luchthaven van San José slechts één landingsbaan heeft. Er was echter sprake van een dermate krachtige rugwind dat het niet mogelijk was om in de reguliere richting op te stijgen. Daarom heeft de vervoerder besloten om in de andere richting op te stijgen. Om in de andere richting op te stijgen was het noodzakelijk om sneller te kunnen klimmen. Dit heeft te maken met de geografische ligging van de luchthaven (met name een nabijgelegen bergketen). Daarom moest het toestel lichter gemaakt worden. Dit heeft de vervoerder gedaan door minder brandstof te tanken. De vervoerder was genoodzaakt om een tussenstop in Panama te maken om daar brandstof te tanken. De vlucht is vertraagd in Parijs aangekomen, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten en berichten van de luchtverkeersleiding. 4.
- Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van ongunstige weersomstandigheden op de luchthaven van San José en de noodzaak om daaraan aangepaste maatregelen te treffen. Dit zijn omstandigheden die niet inherent zijn aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en waar hij ook geen invloed op kan uitoefenen. De vertraging van de vlucht was daarmee het gevolg van buitengewone omstandigheden. 4.
- Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat de gekozen oplossing door te vliegen met minder brandstof in de gegeven omstandigheden de snelste optie was. Het had langer geduurd om af te wachten tot de weeromstandigheden zouden veranderen. De vlucht is vervolgens zo snel mogelijk uitgevoerd. Na aankomst in Parijs heeft hij de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. 4.
- Het verweer van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. De passagiers hebben in dit verband ook niets aangevoerd. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. Het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van deze beschikking. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
- wijst het verzochte af; 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde,en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van deze beschikking; 5.
- verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. HvJEU 22 april 2021, C-826/19, ECLI:EU:C:2021:
- Ibid. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.