RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11850003 \ CV FORM 25-5567 Uitspraakdatum: 3 december 2025 Tussenbeschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1]
- [verzoeker 2]
- [verzoeker 3] allen wonende te [plaats] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Easyjet Switzerland SA gevestigd te Genève, Zwitserland verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond waarvan daarvan moest de vervoerder hen op 25 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Genève, Zwitserland, met vlucht U21520 dan wel EZS1520 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of de procedure binnen het toepassingsbereik van de EPGV-Verordening valt. De EPGV-Verordening is alleen van toepassing in grensoverschrijdende zaken. Een zaak is grensoverschrijdend als tenminste een van de partijen haar woonplaats of gewone verblijfplaats heeft in een andere lidstaat dan die van het aangezochte gerecht. De vervoerder is gevestigd in Zwitserland, terwijl de passagiers in Nederland wonen. Zwitserland is geen EU-lidstaat. Daarom is geen sprake van een grensoverschrijdende zaak en is de EPGV-Verordening in dit geval niet van toepassing. 4.
- De EPGV-Verordening schrijft in dergelijke gevallen voor dat het gerecht de verzoekende partij ervan op de hoogte stelt dat het verzoek buiten het toepassingsgebied van de EPGV-Verordening valt. De procedure zal dan door het gerecht zal worden behandeld overeenkomstig het nationale procesrecht, tenzij de verzoekende partij het verzoek intrekt. Omdat de vervoerder al een verweerschrift heeft ingediend, kan de procedure echter niet zonder zijn instemming worden doorgehaald. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding om te bevelen dat de zaak wordt voortgezet volgens de regels van de dagvaardingsprocedure. Omdat de vervoerder al is opgeroepen en in de procedure is verschenen, kan de oproeping bij exploot achterwege blijven. De kantonrechter zal de zaak op de rol plaatsen voor conclusie van repliek aan de zijde van de passagiers. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
- bepaalt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet als dagvaardingsprocedure; 5.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 31 december 2025, om 10:00 uur, voor het nemen van een conclusie van repliek door de passagiers; 5.
- houdt iedere verder beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de EPGV-Verordening). Artikel 2 lid 1 van de EPGV-Verordening. Artikel 3 lid 1 van de EPGV-Verordening. Artikel 4 lid 3 van de EPGV-Verordening. Op grond van artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.