← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14345

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11374833 \ CV EXPL 24-7596 Uitspraakdatum: 8 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1],

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3],beiden wonende te [plaats 2], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Turk Havayollari A.O. gevestigd te Ankara (Turkije) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs 1Het procesverloop 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  5. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 5 september 2022 vervoeren van Amsterdam naar Ankara (Turkije), met vlucht TK7737 (hierna: de vlucht). 2.
  6. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  7. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve (indirecte) vlucht, waarmee zij 3 uur en 20 minuten eerder vanaf Schiphol zijn vertrokken en 45 minuten eerder in Ankara zijn aangekomen. 2.
  8. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  9. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  10. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  11. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  13. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij de passagiers 24 dagen voor aanvang van de vlucht, namelijk op 13 augustus 2022, per e-mail én per sms over de annulering heeft geïnformeerd. De passagiers betwisten dat zij deze berichten hebben ontvangen. 4.
  14. De kantonrechter stelt voorop dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking te hebben, die persoon moet hebben bereikt (de ontvangsttheorie). Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt, indien zij door hem of haar is ontvangen. Ook bepaalt de wet dat een verklaring die de geadresseerde niet of niet tijdig heeft bereikt, toch haar werking heeft, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling. 4.
  15. De kantonrechter is van oordeel dat de berichten van de vervoerder in dit geval hun werking hebben gekregen. De vervoerder heeft onder verwijzing naar de PNR voldoende aannemelijk gemaakt dat de berichten daadwerkelijk zijn verzonden naar het (e-mail)adres en het telefoonnummer dat door de passagiers bij het aangaan van de vervoersovereenkomst is opgegeven. Voor zover de berichten de passagiers desondanks niet hebben bereikt is dit het gevolg van hun eigen handelen. Het voorgaande heeft tot gevolg dat aan de vervoerder met succes een beroep op artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening toekomt. De conclusie is dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen. 4.
  16. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, te vermeerderen met de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  17. wijst de vordering af; 5.
  18. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de passagiers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
  19. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 3:37 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.