← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14346

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11118598 \ CV EXPL 24-3290 Uitspraakdatum: 24 september 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Aviclaim rolgemachtigde: Lawpoint Gerechtsdeurwaarders tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Turk Havayollari A.O. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  3. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 3 juni 2022 vervoeren van Amsterdam via Ankara (Turkije) naar Malatya (Turlije). 2.
  4. De vlucht van Amsterdam naar Ankara (TK7801) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht naar Matalya gemist. Hij is omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee hij 17 uur en 27 minuten later is aangekomen. 2.
  5. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  6. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
  7. Het geschil 3.
  8. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. - de nakosten. 3.
  9. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van de Verordening). 3.
  10. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  12. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging van de vlucht (onder meer) is veroorzaakt door de verlate binnenkomst van de voorgaande vlucht met hetzelfde toestel (TK7800). Volgens de passagiers was de vertraging van die vlucht op haar beurt het gevolg van vertragingen die zich op de dááraan voorafgaande vlucht (TK7129) had voorgedaan. 4.
  13. De kantonrechter overweegt als volgt. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het toestel om 13:14 uur te Ankara was geland. Vlucht TK7800 stond gepland om 14:30 uur vanuit Ankara te vertrekken. Dat betekent dat de vervoerder een omdraaitijd van meer dan een uur tot zijn beschikking had. De vervoerder heeft daarmee voldoende gemotiveerd betwist dat de vertraging van vlucht TK7129 van invloed is geweest op vlucht TK
  14. Het is dan ook aannemelijk dat de vertraging van vlucht TK7800 is veroorzaakt door slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding, die niet het gevolg zijn geweest van het handelen van de vervoerder. Dit levert een buitengewone omstandigheid op. Deze buitengewone omstandigheid werkt door naar de vlucht in kwestie (code 93). 4.
  15. De passagier heeft niet betwist dat de overige vertraging van de vlucht in kwestie eveneens is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zodat dit als vaststaand zal worden aangenomen. De conclusie is dat de gehele vertraging (één uur) als ‘buitengewoon’ kan worden aangemerkt. 4.
  16. Resteert de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers te voorkomen of te beperken. De passagier heeft in dit verband gesteld dat de vervoerder onvoldoende buffer in de overstaptijd heeft ingeruimd. Hiervoor is geoordeeld dat de buitengewone omstandigheden tot een vertraging van één uur hebben geleid. De kantonrechter concludeert dat, ook al had de vervoerder voldoende reservetijd in acht genomen, de passagier zijn aansluitende vlucht niet meer hadden kunnen halen. Deze stelling slaagt daarom niet. De passagier heeft niet gesteld welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. 4.
  17. De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de passagier ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de kosten van betekening van het vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  18. wijst de vordering af; 5.
  19. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd (als betekening plaatsvindt), met de kosten van betekening van het vonnis; 5.
  20. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.