RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11087209 \ CV EXPL 24-2738 Uitspraakdatum: 24 september 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Airline Company gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas 1Het procesverloop 1.
- De passagier heeft bij dagvaarding van 19 april 2024 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord. 1.
- De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagier heeft vervolgens nog een akte genomen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald 2Feiten 2.
- De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 16 juni 2023 vervoeren van Praag naar Amsterdam, met vlucht EZ77930 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.
- De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht niet tijdig kon vertrekken vanwege slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding en vervolgens niet meer kon worden uitgevoerd omdat deze de avondklok te Amsterdam zou schenden. De passagiers hebben hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtklok kent en ook ’s nachts is geopend. Voor late aankomsten kan om een zogenaamd ‘nachtslot’ worden verzocht. Als de vervoerder dit had gedaan, dan had de vlucht volgens de passagier uitgevoerd kunnen worden. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, tegenover het gemotiveerde verweer van de passagier, onvoldoende heeft onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook niet uit de door hem overgelegde schermafbeelding van de website van de ILT. Uit deze schermafbeelding blijkt slechts dat het voor vluchten zonder nachtslot niet is toegestaan ’s nachts te landen en dat bij overtreding boetes kunnen volgen. Daaruit volgt echter niet dat het voor de vervoerder onmogelijk is om een nachtslot aan te vragen. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht waarom een eventuele aanvraag volgens hem zou worden afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. 4.
- De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot compensatie zal toewijzen. 4.
- De passagier heeft daarnaast een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt hij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris. 4.
- Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 juni 2023 tot de dag van de gehele betaling; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00; nakosten € 41,00; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter