← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14357

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11296925 \ CV EXPL 24-6257 Uitspraakdatum: 15 oktober 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands rechtAirHelp Germany GmbHgevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Cathay Pacific Airways Limited gevestigd te Hong Kong gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. de Wijs 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek;- het vonnis in incident van 11 december 2024; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  3. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 april 2024 vervoeren van Amsterdam via Hong Kong naar Manilla (Filipijnen). 2.
  4. Vlucht CX270 van Amsterdam naar Hong Kong (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Manilla gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht. 2.
  5. Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  6. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
  7. Het geschil 3.
  8. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  9. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  10. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De passagiers hebben hun vordering rechtsgeldig overgedragen aan Airhelp 4.
  12. Een rechtsgeldige cessie moet aan twee constitutieve vereisten voldoen, te weten een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan het mededelingsvereiste is voldaan toen de cessie in deze procedure ter kennis van de vervoerder is gebracht. De vervoerder betwist echter dat de overdrachtsdocumenten (Assignment Forms) geldige cessieaktes zijn. Hij heeft in dit verband onder meer aangevoerd dat niet valt te verifiëren of de handtekeningen daadwerkelijk door de passagiers zijn gezet. 4.
  13. De kantonrechter is van oordeel dat de handtekeningen op de overdrachtsdocumenten in voldoende mate overeenkomen met de handtekeningen van de passagiers op hun paspoorten, en ziet daarom geen aanleiding om aan de echtheid van de handtekeningen te twijfelen. Dat in een andere kwestie de passagier ontkende dat hij Airhelp opdracht had gegeven de compensatie te innen, leidt niet tot de conclusie dat ook in dit geval aan de echtheid van de handtekeningen moet worden getwijfeld. 4.
  14. Verder heeft de vervoerder betwist dat de overdrachtsdocumenten voldoende bepaald zijn. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de overdrachtsdocumenten niet vermelden wie de schuldenaar is en dat bovendien onduidelijk is of het een vordering betreft uit hoofde van voorliggende vlucht. Enkel de vermelding van een boekingsreferentie is volgens de vervoerder onvoldoende specifiek. 4.
  15. De kantonrechter overweegt dat de bepaalbaarheidseis niet zover gaat dat de vordering in de cessieakte gespecificeerd dient te worden door vermelding van bijzonderheden als de naam van de debiteur. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. Dat is het geval. In dit geval kan namelijk worden vastgesteld om welke vlucht het gaat aan de hand van (bijvoorbeeld) de dagvaarding, waarin de vluchtgegevens staan vermeld. De vervoerder heeft onvoldoende onderbouwd dat boekingsreferenties meerdere keren bij dezelfde passagiers en dezelfde luchtvaartmaatschappij worden hergebruikt. De boekingsreferentie vormt aldus voldoende ‘koppeling’ tussen de akte van cessie en de boekingsdocumenten van de passagiers. 4.
  16. De conclusie is dat het voldoende aannemelijk is dat de passagiers hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp hebben overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.Compensatie 4.
  17. De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, zodat hij in beginsel compensatie verschuldigd is. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging op de eindbestemming minder dan drie uur bedraagt. De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder daarmee een beroep doet op artikel 7 lid 2 onder c van de Verordening, zodat er aanleiding bestaat om het in lid 1 van dat artikel genoemde compensatiebedrag met 50% te verminderen. Airhelp heeft dit niet betwist, zodat een bedrag van € 300,- per passagier aan compensatie zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onweersproken toewijsbaar. Proceskosten 4.
  18. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat hij ongelijk krijgt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 328,00;salaris gemachtigde € 270,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  22. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie artikel 3:94 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1488.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.