← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14671

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11171801 \ CV EXPL 24-4171 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],beiden pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor hun minderjarige kinderen
  2. [eiser 2],
  3. [eiser 3] en
  4. [eiser 4],allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke 1Het procesverloop 1.
  5. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  6. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  7. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 juli 2022 vervoeren van Amsterdam naar Nador (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht). 2.
  8. De vlucht is vertraagd uitgevoerd. 2.
  9. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  10. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  11. De passagiers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 363,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  12. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  13. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Ontvankelijkheid 4.
  15. De kantonrechter stelt vast dat de handtekeningen op de volmacht(en) afwijken van de handtekeningen op de identiteitsbewijzen van de passagiers. Desondanks heeft Yource (met de overlegging van een kopie van de paspoorten van de passagiers) voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij bevoegd is om namens de passagiers in rechte op te treden. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. Stelplicht 4.
  16. Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat de passagiers niet aan de stelplicht hebben voldaan, wordt opgemerkt dat de passagiers in de dagvaarding het vluchtnummer en de vluchtdatum van de litigieuze vlucht hebben genoemd. Daarnaast hebben zij gesteld dat de vlucht met 3 uur en 18 minuten vertraging is uitgevoerd. Daarmee hebben de passagiers aan de stelplicht voldaan. Het feit dat de passagiers bij conclusie van repliek een schermafdruk van Flightera.net in het geding hebben gebracht waaruit blijkt dat de vlucht met 3 uur en 19 minuten vertraging in Nador is aangekomen, doet daar niet aan af. Het verweer van de vervoerder is immers niet afhankelijk van de precieze aankomsttijd op de eindbestemming/precieze duur van de vertraging. Compensatie 4.
  17. De vervoerder heeft de gestelde vertragingsduur onvoldoende gemotiveerd betwist. De vervoerder heeft ook geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, zodat de vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen. 4.
  18. De vordering tot compensatie betreft een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade als bedoeld in artikel 6:74 lid 1 BW. Deze schade is gelet op artikel 6:83 sub b BW terstond opeisbaar. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente is daarom toewijsbaar vanaf de vluchtdatum. Nevenvorderingen 4.
  19. Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. De kantonrechter stelt voorop dat het indienen van een buitengerechtelijk verzoek tot compensatie in beginsel vormvrij is. De passagiers hebben bij conclusie van repliek meerdere e-mails/brieven van hun gemachtigde aan het hoofdkantoor van de vervoerder in het geding gebracht. Hoewel deze aanmaningen betrekking hebben op ruim 70 verschillende zaken/claims, heeft de gemachtigde van de passagiers (in ieder geval in de e-mail van 16 november 2023) een linkje opgenomen naar alle benodigde documentenvan alle individuele reizigers. In ieder geval deze aanmaning is daarmee voldoende geconcretiseerd. De passagiers hebben vervolgens (zowel vóór als na dagvaarding) meerdere reminders aan de vervoerder verstuurd. De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers daarmee voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij de vervoerder de mogelijkheid hebben geboden om het geschil buiten rechte op te lossen. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
  20. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief (inclusief btw), zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar vanaf de dag der dagvaarding. 4.
  21. De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 248,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten × € 204,00) - nakosten € 102,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 893,97
  22. De beslissing De kantonrechter: 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.363,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 6 juli 2022 en over € 363,00 vanaf 28 mei 2024 tot de dag van de gehele betaling; 5.
  24. veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 893,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
  25. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.
  26. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Identificatie, boekingsbescheiden en volmachten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.