RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11330548 \ CV EXPL 24-6917 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
- [eiser 1], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor haar minderjarige kind
- [eiser 2],beiden wonende te [plaats], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eisers. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
- De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 15 juli 2023 vervoeren van Amsterdam naar Manchester (Verenigd Koninkrijk), met vlucht U22164 (hierna: de vlucht). 2.
- De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.
- De passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd om de procedure (mede) namens haar minderjarige kind te voeren. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 90,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur in Manchester zijn aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. 4.
- De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de vlucht met een vertraging van 3 uur en 48 minuten uit Amsterdam is vertrokken vanwege slotrestricties. Ter onderbouwing hiervan heeft de vervoerder het vluchtrapport en een SAM-bericht overgelegd. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers terecht hebben opgemerkt dat uit het vluchtrapport volgt dat de vlucht met 3 uur en 48 minuten is vertraagd als gevolg van vertragingscode
- Deze code staat voor een late aankomst van de direct voorafgaande vlucht met hetzelfde toestel. Het is om die reden aannemelijk dat de vervoerder zelf een nieuwe EOBT (gewenste vertrektijd) voor de vlucht in kwestie heeft doorgegeven. Als gevolg van de gewijzigde EOBT heeft de luchtverkeersleiding vervolgens via het SAM-bericht van 16:54 uur UTC een vertrektijd (CTOT) van 17:53 uur UTC opgelegd. Gesteld noch gebleken is dat de aanpassing van de EOBT verband houdt met eventuele buitengewone omstandigheden die zich hebben voorgedaan op de voorafgaande vlucht(en). De conclusie is dan ook dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt. Dat het vertrek uit Amsterdam vervolgens verder is uitgesteld wegens vertragingscode 81 is in dit kader van ondergeschikt belang. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. 4.
- Nu de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd, zal de vordering tot betaling van de hoofdsom, gelet op de duur van de vertraging van de vlucht worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 218,00 - salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten × € 135,00) - nakosten € 67,50 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 691,47
- De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 juli 2023 tot de dag van de gehele betaling; 5.
- veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 691,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter