← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14901

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11860375 \ CV FORM 25-5703 Uitspraakdatum: 10 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]

  1. [eiser 2] beiden wonende te [plaats 1]
  2. [eiser 3]
  3. [eiser 4] beiden wonende te [plaats 2]
  4. [eiser 5]
  5. [eiser 6]
  6. [eiser 7]
  7. [eiser 8]
  8. [eiser 9] allen wonende te [plaats 3]
  9. [eiser 10]
  10. [eiser 11] beiden wonende te [plaats 4]
  11. [eiser 12]
  12. [eiser 13] beiden wonende te [plaats 1] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden; de copiloot kon de vlucht niet uitvoeren omdat hij de wettelijke rusttijden in acht moest nemen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De planning van het personeel is inherent aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en daarmee geen buitengewone omstandigheid. Het verzoek wordt toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
  13. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen, het kind van passagier sub 3 en het kind van passagiers sub 12 en sub 13 op 22 juli 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Napels, Italië, met vlucht EC4232 dan wel EJU4232 (hierna: de vlucht). 2.
  14. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  15. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  16. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.
  17. Passagier sub 3 heeft het eventuele vorderingsrecht van haar minderjarige kind aan zichzelf overgedragen. Passagiers sub 12 en sub 13 hebben het eventuele vorderingsrecht van hun minderjarige kind eveneens aan zichzelf overgedragen. 3Het geschil 3.
  18. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 3.750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 500,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
  19. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De kantonrechter begrijpt dat de passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. 3.
  20. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
  21. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  22. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.
  23. De vervoerder voert aan dat de copiloot (‘first officer’) niet beschikbaar was om de vlucht in kwestie uit te voeren vanwege vertragingen op vluchten die een dag eerder werden uitgevoerd. Volgens de vervoerder waren deze vertragingen het gevolg van buitengewone omstandigheden. Dit leidde ertoe dat de copiloot de vlucht in kwestie niet uit kon voeren omdat hij onvoldoende rusttijd in acht kon nemen. Er was geen reservecopiloot beschikbaar. Het is niet mogelijk om een vlucht uit te voeren zonder copiloot. Daarop heeft de vervoerder de vlucht geannuleerd. 4.
  24. Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat maatregelen met betrekking tot de planning van de bemanning en de dienstregeling van het personeel onder de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij vallen. Ook de onverwachte afwezigheid van een of meer personeelsleden die onontbeerlijk zijn om een vlucht uit te voeren, is inherent aan de normale uitoefening van de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij. Dat de afwezigheid van de copiloot mogelijk werd veroorzaakt door beperkingen van de luchtverkeersleiding op vluchten van de dag ervoor, maakt dit niet anders omdat het beheer van deze afwezigheid dan alsnog intrinsiek verbonden blijft met de planning van de bemanning van de vlucht in kwestie. Dit betekent dat de annulering van de vlucht niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De verzochte hoofdsom zal worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
  25. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  26. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
  27. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
  28. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.750,00 vanaf 22 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  29. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 271,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:
  30. HvJEU 11 mei 2023, C-156/22, C-157/22 en C-158/22, ECLI:EU:C:2023:
  31. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.