RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9276445 \ CV EXPL 21-4004 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]
- [eiser 2]
- [eiser 3]
- [eiser 4]
- [eiser 5] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: FZE Free Zone Establishment (Verenigde Arabische Emiraten) Emirates gevestigd te Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor hebben zij hun aansluitende vlucht gemist. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht (en daarmee het missen van de aansluitende vlucht) het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding en een vertraagde bus op de luchthaven. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 en 30 maart 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, naar Kuala Lumpur, Maleisië, met vluchtcombinatie EK146 en EK
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht EK146 van Amsterdam naar Dubai (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.
- Volgens de vervoerder werd het vertrek van de vlucht met 9 minuten vertraagd vanwege een vertraagd laadproces. Voor dit gedeelte van de vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. Vervolgens moest het toestel wachten op een vertraagde bus die werd ingezet om de passagiers naar het toestel te brengen. Dit heeft een aanvullende vertraging van 7 minuten opgeleverd. Tot slot kreeg de vlucht te maken nog 39 minuten vertraging vanwege een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Onderweg is nog enige vertraging ingehaald, waardoor de vlucht uiteindelijk met 42 minuten vertraging is aangekomen. Daardoor misten de passagiers hun aansluitende vlucht. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer een vluchtrapport overgelegd. 4.
- De passagiers betwisten dat het gedeelte van 39 minuten van de vertrekvertraging van de vlucht (alleen) het gevolg was van een besluit van de luchtverkeersleiding Zij voeren aan dat de vervoerder slechts interne documenten heeft overgelegd. Daarnaast volgt uit het vluchtrapport ook niet welke vertrektijd de vervoerder zelf aan de luchtverkeersleiding heeft doorgegeven. Omdat de vlucht al met 16 minuten vertraging vertrok vanwege de andere vertragingsoorzaken, is het mogelijk dat de luchtverkeersleiding de (veel) latere vertrektijd heeft opgelegd omdat het toestel niet tijdig gereed stond voor vertrek en dat de vervoerder zelf invloed had op deze vertraging. De vervoerder kon eveneens zelf invloed uitoefenen op de uitvoering van de busdiensten, aldus de passagiers. 4.
- De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat de latere vertrektijd niet afhankelijk was van de tijd waarop het toestel gereed stond maar het gevolg was van een capaciteitsbeperking in het Duitse luchtruim waar hoe dan ook op gewacht moest worden. Het busvervoer is onderdeel van de faciliteiten van de luchthaven en hij heeft daar geen zeggenschap over. 4.
- Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat 39 minuten van de vertrekvertraging van de vlucht het gevolg waren van een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Het enkele feit dat het vluchtrapport een intern document betreft, betekent niet dat hieraan een lage(re) mate van bewijskracht toekomt. Als de luchtverkeersleiding een toestel een latere vertrektijd oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. De vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat deze vertraging niet het gevolg was van het niet tijdig gereed staan van het toestel maar van een losstaande beslissing van de luchtverkeersleiding. Daarom kon hij ook geen invloed uitoefenen op deze vertraging. Ten slotte is een dergelijke beperking niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij. Dit betekent dat de vertraging vanwege de opgelegde vertrektijd het gevolg was van buitengewone omstandigheden. 4.
- Naar het oordeel van de kantonrechter geldt datzelfde voor het niet (tijdig) aanwezig zijn van het busvervoer. De vervoerder heeft voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat dit busvervoer onderdeel is van de faciliteiten van de luchthaven en dat hij zelf geen invloed heeft op de uitvoering daarvan. Dit is een externe gebeurtenis en is daarmee niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder. Daarom was dit gedeelte van de vertraging van de vlucht eveneens het gevolg van buitengewone omstandigheden. Voor het resterende gedeelte van de vertraging heeft de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Onderweg is nog 13 minuten vertraging ingehaald, waarmee de gehele vertraging vanwege niet-buitengewone omstandigheden is ingehaald. Daarmee was de gehele vertraging van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagiers hierdoor hun aansluitende vlucht hebben gemist. Dit betekent dat de uiteindelijke langdurige vertraging van de passagiers op de eindbestemming het gevolg was van buitengewone omstandigheden. 4.
- Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de buitengewone omstandigheden te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed kon uitoefenen op de luchtverkeersleiding en de faciliteiten van de luchtverkeersleiding maar dat hij de vlucht vervolgens zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Ook heeft hij de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. 4.
- Het verweer van de vervoerder slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van hem kon worden verwacht. De passagiers hebben hierover ook niets aangevoerd. Dit betekent dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. De vorderingen van de passagiers zullen worden afgewezen. 4.
- De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:
- Vgl. HvJEU 23 maart 2021, C-28/20, ECLI:EU:C:2021:226.