← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14906

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9467714 \ CV EXPL 21-6605 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

  1. [eiser 1], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]
  2. [eiser 2] allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: Delaware Corporation (Verenigde Staten van Amerika) Delta Air Lines, Inc. gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet omdat hij de passagiers na de annulering heeft omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie waarmee zij met een vertraging van meer dan een dag zijn aangekomen. Dat is in beginsel geen redelijke maatregel om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Hij heeft onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieven beschikbaar waren. De vorderingen van de passagiers worden toegewezen. 1Het procesverloop 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - het bericht met aanvullende producties van de passagiers van 6 oktober 2021; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  5. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via New York, Verenigde Staten, naar Tampa, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie KL645 en DL
  6. 2.
  7. De vervoerder heeft vlucht DL2287 van New York naar Tampa (hierna: de vlucht) geannuleerd. 2.
  8. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  9. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.
  10. Passagier sub 1 is door de kantonrechter gemachtigd om haar minderjarige kinderen in deze procedure te vertegenwoordigen. 3Het geschil 3.
  11. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  12. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon. 3.
  13. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  16. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder, ongeacht of de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. 4.
  17. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen omdat hij geen invloed kon uitoefenen op de weersomstandigheden en de veiligheidsmaatregelen van de luchtverkeersleiding. Na de annulering heeft hij de passagiers omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vluchtcombinatie naar de eindbestemming. 4.
  18. De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat zij met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Volgens hen waren er een groot aantal alternatieve vluchtcombinaties beschikbaar waarmee zij met minder vertraging op de eindbestemming zouden aankomen. Ter onderbouwing hebben ze een groot aantal vluchtschema’s en vluchtrapporten overgelegd. 4.
  19. De kantonrechter overweegt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een luchtvaartmaatschappij een passagier omboekt naar een door hemzelf uitgevoerde alternatieve vlucht die de dag na de oorspronkelijke vastgestelde dag aankomt. Dit is anders als er geen enkele mogelijkheid was voor een eerdere indirecte alternatieve vlucht van de luchtvaartmaatschappij zelf of van een andere luchtvaartmaatschappij of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer van de luchtvaartmaatschappij zou vergen. 4.
  20. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan een dag op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat de door de vervoerder aangeboden alternatieve vluchtcombinatie in beginsel geen redelijke maatregel is. Vanwege de gemotiveerde betwisting door de passagiers was het aan de vervoerder om aannemelijk te maken dat er geen plaatsen beschikbaar waren op de door de passagiers genoemde alternatieve vluchten. De vervoerder is daar niet in geslaagd. De enkele stelling dat deze vluchten niet in het boekingssysteem van de vervoerder naar voren zijn gekomen is daartoe onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat er geen eerdere alternatieve vlucht beschikbaar was en is de aangeboden vluchtcombinatie geen redelijke maatregel. 4.
  21. Dit betekent dat de vervoerder, ongeacht of er sprake is van buitengewone omstandigheden, de passagiers moet compenseren. Daarom zal de vordering van de passagiers worden toegewezen. 4.
  22. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is eveneens toewijsbaar vanaf de datum waarop de passagiers schade hebben geleden. Dat is de datum waarop de passagiers op de eindbestemming hadden moeten aankomen. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 6 juli
  23. 4.
  24. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  25. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Zij hebben niet gesteld dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.
  26. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  27. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.835,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 6 juli 2019, en over € 435,60 vanaf 22 juni 2021, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  28. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 103,83;griffierecht € 240,00;salaris gemachtigde € 476,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  29. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  30. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  31. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:
  32. Artikel 6:83 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.