RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11868403 \ CV FORM 25-5833 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats], Saoedi-Arabië verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: Lawpoint Gerechtsdeurwaarders tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Easyjet Europe Airline Gmbh gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vlucht moest geannuleerd worden omdat een vlucht die na de vlucht in kwestie zou worden uitgevoerd de nachtsluiting van Schiphol dreigde te schenden. Dit levert echter geen buitengewone omstandigheid voor de vlucht in kwestie op. Daarom wordt het verzoek (grotendeels) toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder de passagier op 14 september 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Praag, Tsjechië, met vlucht EJU7929 (hierna: de vlucht). 2.
- De passagier heeft compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagier verzoekt de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagier baseert zijn verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat hij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen en dat de vervoerder hem daarom moet compenseren met een bedrag van € 250,-. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- De vervoerder betwist dat de passagier Lawpoint Gerechtsdeurwaarders heeft gemachtigd om namens hem deze procedure op te starten. Hij voert aan dat de passagier een volmacht van hem aan ‘[betrokkene] van Lawpoint Gerechtsdeurwaarders’ heeft overgelegd. Vervolgens heeft is het vorderingsformulier echter ingediend met alleen ‘Lawpoint Gerechtsdeurwaarders’ ingevuld als gemachtigde. 4.
- Dit betoog van de vervoerder slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de passagier met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij (een medewerker van) Lawpoint Gerechtsdeurwaarders heeft gemachtigd om namens hem te procederen. De enkele omstandigheid dat in het vorderingsformulier niet de medewerker van Lawpoint Gerechtsdeurwaarders als gemachtigde staat vermeld, maakt dit niet anders. 4.
- De passagier heeft het verzoek gebaseerd op de grondslag dat hij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. De vervoerder stelt echter dat de vlucht is geannuleerd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld dat de vlucht is geannuleerd. 4.
- Daarmee staat vast dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.
- De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Dubrovnik – Amsterdam – Milaan – Amsterdam – Praag – Amsterdam. De vluchten van Amsterdam naar Dubrovnik en terug en van Amsterdam naar Milaan en terug werden vertraagd uitgevoerd vanwege een beschadigd wiel van het toestel, latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding en problemen bij het boarden. Deze vertraging dreigde vervolgens door te werken op de vlucht in kwestie en op de retourvlucht naar Amsterdam. Dit maakte het onmogelijk om de retourvlucht van Praag naar Amsterdam uit te voeren zonder daarbij de nachtsluiting van Schiphol te schenden. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder onder meer naar vluchtrapporten. 4.
- Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder hiermee onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie niet alsnog, zij het vertraagd, kon worden uitgevoerd. Het nachtregime van Schiphol zou van toepassing zijn op de retourvlucht van Praag naar Amsterdam, maar dat niet op de vlucht in kwestie. De stelling van de vervoerder dat de bemanning nog moest terugkeren naar Amsterdam en dat het toestel gepland stond een dag later weer andere vluchten uit te voeren, maakt dit niet anders. Dit zijn immers interne, operationele gronden. Wellicht heeft de vervoerder daarbij keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van zijn onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat hem niet van zijn verplichting om de passagiers te compenseren. Daarmee heeft hij onvoldoende onderbouwd dat hij geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van buitengewone omstandigheden. De verzochte compensatie zal worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. De passagier heeft hiertegenover onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze grotendeels ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 4.
- Op verzoek van de passagier zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.
- De beslissingDe kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 september 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 90,00 aan griffierecht en € 40,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 20,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt,vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:
- Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.