← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14914

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11449550 \ CV EXPL 24-8813 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestigingAirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap Egyptair Airlines Company gevestigd te Egypte gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke) De zaak in het kort AirHelp heeft namens een passagier compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. De vervoerder heeft echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de luchtverkeersleiding deze latere vertrektijd ook zou hebben opgelegd als het toestel tijdig gereed zou hebben gestaan voor vertrek. Daarom slaagt het betoog van de vervoerder niet en wordt de vordering van AirHelp toegewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 5 mei 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Caïro, Egypte, naar Entebbe, Oeganda, met vluchtcombinatie MS758 en MS
  4. 2.
  5. De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  6. De passagier heeft zijn eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. 2.
  7. AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  8. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  9. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  10. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 600,-. 3.
  11. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
  12. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  13. Vast staat dat de vlucht de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. 4.
  14. Volgens de vervoerder is de vlucht met 50 minuten vertraging vertrokken en met 48 minuten vertraging aangekomen. Door deze vertraging miste de passagier zijn aansluitende vlucht. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming. De vertrekvertraging van de vlucht was voor de duur van 12 minuten het gevolg van de verlate aankomst van het toestel. Voor dit gedeelte van de vertraging doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden. De overige 38 minuten van de vertrekvertraging van de vlucht waren het gevolg van een latere opgelegde vertrektijd (‘CTOT’) door de luchtverkeersleiding vanwege wachtrijen op de luchthaven. 4.
  15. AirHelp betwist dit. Zij voert aan dat de luchtverkeersleiding geen latere vertrektijd aan het toestel zou hebben opgelegd als het toestel tijdig gereed zou hebben gestaan voor vertrek. De vervoerder heeft dit bij dupliek niet weersproken. 4.
  16. Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Gelet op de betwisting door AirHelp heeft hij onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het toestel ook geconfronteerd zou zijn met beperkingen van de luchtverkeersleiding als het tijdig gereed zou hebben gestaan voor vertrek. De vervoerder heeft gesteld dat het niet tijdig gereed staan van het toestel niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de vertraging het gevolg was van een omstandigheid waar de vervoerder zelf geen invloed op kon uitoefenen. Dit betekent dat de vertraging van de vlucht niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarom zal de gevorderde compensatie worden toegewezen. 4.
  17. AirHelp heeft wettelijke rente over de hoofdsom gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade direct opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. Dat is de datum waarop de passagier op de eindbestemming had moeten aankomen. De werkwijze en proceshouding van AirHelp – waar hierna op in zal worden gegaan – doen hier niet aan af. De wettelijke rente over de hoofdsom zal worden toegewezen vanaf 5 mei
  18. 4.
  19. Ten slotte heeft de vervoerder aangevoerd dat AirHelp niet aan zijn verzoek om toezending van bewijsstukken heeft voldaan. Daarom was hij niet in staat de vordering te beoordelen en eventueel buiten rechte af te doen. De door AirHelp gevorderde proceskosten moeten daarom in ieder geval worden gecompenseerd, aldus de vervoerder. AirHelp betwist dit. 4.
  20. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder inhoudelijk verweer tegen de vordering van AirHelp heeft gevoerd. Er is daarom geen reden om te veronderstellen dat de vervoerder haar buiten rechte tegemoet zou zijn gekomen. Daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding om de proceskosten te compenseren. 4.
  21. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  22. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 5 mei 2024, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 328,00;salaris gemachtigde € 270,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  24. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  25. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:
  26. Artikel 6:83 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.