← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:14917

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11484297 \ CV EXPL 25-191 Uitspraakdatum: 17 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Emirates gevestigd te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht, waardoor hij de overstap op een aansluitende vlucht heeft gemist. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De passagier betwist niet dat er sprake was van buitengewone omstandigheden maar voert aan dat de vervoerder niet alle redelijke maatregelen heeft getroffen omdat hij niet is omgeboekt naar de snelste alternatieve vlucht(combinatie) naar de eindbestemming. De vervoerder heeft echter voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat dit wel het geval was. Daarom wordt de vordering van de passagier afgewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 18 en 19 december 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Dubai, Verenigde Arabische Emiraten, naar Denpasar, Indonesië, met vluchtcombinatie EK150 en EK
  4. 2.
  5. De vervoerder heeft vlucht EK150 van Amsterdam naar Dubai (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. De passagier is omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie waarmee hij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. 2.
  6. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  7. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  8. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraagde aankomst van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten. 3.
  9. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,-. 3.
  10. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  12. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  13. De vervoerder stelt dat de vertraging het gevolg was van slechte weersomstandigheden, besluiten van de luchtverkeersleiding en vertraging bij het ijsvrij maken (‘de-icen’) van het vliegtuig. Hij stelt dat de passagier door deze vertraging de aansluitende vlucht naar de eindbestemming heeft gemist. Omdat de passagier dit niet heef betwist, staat vast dat de langdurige vertraagde aankomst van de passagier op de eindbestemming het gevolg was van buitengewone omstandigheden. 4.
  14. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat hij de oorzaken van de vertraging niet kon voorkomen maar dat hij de vlucht vervolgens zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Daarnaast heeft hij de passagier omgeboekt op de snelst beschikbare alternatieve vlucht naar de eindbestemming. 4.
  15. De passagier betwist dit. Hij voert – onder verwijzing naar schermafbeeldingen – aan dat er een sneller alternatief beschikbaar was om op de eindbestemming te komen. De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat hij een omboekingssysteem heeft dat passagiers automatisch omboekt naar het snelst beschikbare alternatief. Dat is bij de passagier ook gebeurd; hij is omgeboekt naar een vluchtcombinatie van andere luchtvaartmaatschappijen. De door de passagier genoemde alternatieve vluchtcombinatie was geen reële optie. De twee luchtvaartmaatschappijen die deze combinatie zouden uitvoeren hebben namelijk geen onderlinge overeenkomst waarmee het mogelijk is om tussen deze twee luchtvaartmaatschappijen over te kunnen stappen. Daarom zou de passagier bij een dergelijke overstap opnieuw door de beveiliging moeten, een nieuw visum moeten aanschaffen en zijn bagage opnieuw moeten inchecken. Hiervoor zou onvoldoende tijd zijn. 4.
  16. Het verweer van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagier na aankomst heeft omgeboekt op de snelst beschikbare alternatieve vluchtcombinatie. De verwijzing naar de het eventuele andere alternatief door de passagier maakt dit niet anders omdat daaruit, gelet op het betoog van de vervoerder, onvoldoende blijkt dat dit een reële overstapmogelijkheid was. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder mocht worden verwacht en de passagier heeft in dit verband ook niets anders aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering van de passagier zal worden afgewezen. 4.
  17. De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagier, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5De beslissing 5.
  18. wijst de vordering af; 5.
  19. veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagier tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis; 5.
  20. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.