RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11834937 \ CV FORM 25-5230 Uitspraakdatum: 3 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2]wonende te [plaats 2]
- [eiser 3]wonende te [plaats 3]
- [eiser 4]
- [eiser 5] beiden wonende te [plaats 4] verzoekende partij verder te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim) tegen de vennootschap naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen (Oostenrijk) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 14 augustus 2023 moest vervoeren van Marco Polo Airport (Italië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU4071 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 2.
- Passagier sub 1 heeft het vermeende vorderingsrecht van haar minderjarige kind Jeremy Ronald Henk Jan de Boer aan zichzelf gecedeerd. 3Het geschil 3.
- De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 1.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 225,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
- De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
- De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of de passagiers in hun verzoek kunnen worden ontvangen. Vast staat dat Jeremy Ronald Henk Jan de Boer op het moment van het indienen van het verzoek niet bekwaam was om zelfstandig in rechte op te treden, omdat hij minderjarig was. De kantonrechter is echter, mede gelet op de deformaliseringstendens in de rechtspraak van de Hoge Raad, in de gegeven omstandigheden van oordeel dat dit niet tot niet-ontvankelijkheid leidt. Passagier onder sub 1 heeft het vermeende vorderingsrecht van haar minderjarige kind namelijk rechtsgeldig aan zichzelf overgedragen. Het formulier A zal daarom als verbeterd worden gelezen, in die zin dat het uitsluitend is ingediend door de meerderjarige passagiers, hetgeen al in de kop van deze beschikking is verwerkt. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat wat er ook zij van eventuele buitengewone omstandigheden, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen of te beperken. Passagiers onder sub 1 en sub 3 4.
- Vast staat dat de passagiers door de vervoerder zijn omgeboekt en 40 uur later dan oorspronkelijk overeengekomen zijn aangekomen in Amsterdam. De kantonrechter overweegt dat het omboeken van passagiers op een door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde alternatieve vlucht niet per definitie een redelijke maatregel vormt. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om te stellen en te onderbouwen dat er geen sneller alternatief met plaats beschikbaar was. De enkele stelling van de vervoerder dat er binnen 24 uur geen directe alternatieve vlucht van hemzelf beschikbaar was, is in dit verband onvoldoende. Passagiers onder sub 2, sub 4 en sub 5 4.
- De passagiers betwisten dat de vervoerder hun een redelijk alternatief heeft aangeboden. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat hij allen een e-mail heeft gestuurd om te informeren over de annulering. Via een bijgevoegde link konden zij gratis een alternatieve vlucht boeken. Hieruit volgt echter niet zonder meer dat hij aan de passagiers daadwerkelijk (redelijk) alternatief vervoer heeft aangeboden. Het feit dat zij (wegens het gebrek aan redelijke alternatieven) om terugbetaling van de door hen betaalde ticketkosten hebben verzocht en dat deze kosten vervolgens zijn voldaan, staat niet aan het recht op compensatie in de weg. 4.
- Gelet op het voorgaande kan de vervoerder niet worden ontslagen van zijn verplichting om de gedupeerde passagiers te compenseren. De door de passagiers verzochte compensatie zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Het verzoek heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of deze kosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagiers buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Het verzochte bedrag is niet hoger dan het volgens het Besluit berekende tarief. De verzochte buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden toegewezen. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. 4.
- Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.725,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.500,00 vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 204,00 aan salaris gemachtigde; en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datumin het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Zie ECLI:NL:HR:2004:AP1435 en ECLI:NL:HR:2013:
- Artikel 5 lid 3 van de Verordening. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:
- Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen.