← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15593

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9467699 \ CV EXPL 21-6604 Uitspraakdatum: 24 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eisers 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eisers 2]wonende te [plaats 2]
  2. [eisers 3]wonende te [plaats 3]
  3. [eisers 4]wonende te [plaats 4] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap: Delaware Corporation (Verenigde Staten van Amerika) Delta Air Lines, Inc. gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. Zij stellen dat zij door deze vertraging een aansluitende vlucht hebben gemist waardoor zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. De vervoerder betwist dit en voert aan dat zij door eigen toedoen de aansluitende vlucht hebben gemist. Het verweer van de vervoerder slaagt niet en de vorderingen van de passagiers worden toegewezen. 1Het procesverloop 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  6. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 3 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Salt Lake City, Verenigde Staten, naar Billings, Verenigde Staten, met vluchtcombinatie DL57 en DL
  7. 2.
  8. De vervoerder heeft vlucht DL57 van Amsterdam naar Salt Lake City (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. 2.
  9. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  10. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  11. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  12. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat zij door de vertraging van de vlucht in kwestie de aansluitende vlucht hebben gemist. Zij stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 300,- per persoon. 3.
  13. De vervoerder voert verweer. Hij betwist dat de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist vanwege de vertraging van de vlucht in kwestie. 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. De passagiers stellen dat zij de aansluitende vlucht hebben gemist vanwege de vertraging van de vlucht in kwestie. De vervoerder betwist dit. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie met een vertraging van 11 minuten is uitgevoerd. Hierdoor hadden de passagiers een overstaptijd van 58 minuten. Weliswaar was de ‘minimum connecting time’ (hierna: MCT) op de luchthaven van Salt Lake City 60 minuten, maar ook een overstaptijd van 58 minuten was haalbaar. De MCT is immers slechts een administratieve minimale tijd die tijdens het boekingsproces van aansluitende vluchten in acht wordt genomen. 4.
  16. De passagiers hebben daar tegenin gebracht dat zij zich zo snel mogelijk naar de gate hebben begeven. Het duurde echter een geruime tijd voordat ze het toestel mochten verlaten. Daarna moesten ze in de rij staan voor de douane en vervolgens moesten zij hun koffers ophalen en door de beveiliging. Daarom zijn zij uiteindelijk een aantal minuten te laat aangekomen en hebben zij de aansluitende vlucht gemist. 4.
  17. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. Als onbetwist staat vast dat de passagiers door de vertraging van de vlucht minder overstaptijd hadden dan de vastgestelde MCT voor de luchthaven van Salt Lake City. Blijkens de toelichting van de vervoerder betreft de MCT de minimale tijd die in het boekingsproces in acht wordt genomen om te zorgen dat er een haalbare overstaptijd wordt ingepland en te voorkomen dat passagiers vluchten missen. Weliswaar heeft de vervoerder aangevoerd dat de daadwerkelijke benodigde overstaptijd daar in de praktijk van af kan wijken, maar hij heeft onvoldoende concreet aangevoerd dat dit voor de passagiers in de kwestie ook het geval was. Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat de passagiers door de vertraging van de vlucht een kortere overstaptijd hadden dan benodigd. De persoonlijke ervaringen van de gemachtigde van de vervoerder op andere vluchten maken dit niet anders. Daarbij heeft de vervoerder evenmin concreet aangevoerd wat wel de (andere) reden zou zijn geweest voor het missen van de overstap door de passagiers. Al met al hebben de passagiers voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij de aansluitende vlucht hebben gemist vanwege de vertraging van de vlucht in kwestie. Omdat de vervoerder voor het overige geen verweer heeft gevoerd zullen de vorderingen van de passagiers worden toegewezen. 4.
  18. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  19. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Zij hebben niet gesteld dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.
  20. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  21. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.417,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 3 juli 2019, en over € 217,80 vanaf 22 juni 2021, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  22. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 103,83;griffierecht € 240,00;salaris gemachtigde € 408,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  24. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  25. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.