← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15604

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11752944 \ CV FORM 25-3949 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: 1 [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

  1. [verzoeker 2]
  2. [verzoeker 3] beiden wonende te [plaats 2]
  3. [verzoeker 4], wonende te [plaats 3] verzoekende partijen verder te noemen: de passagiers gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Europe Airline GmbH gevestigd te Wenen, Oostenrijk verwerende partij verder te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal) De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij echter onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen en te beperken. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet en wordt het verzoek toegewezen. 1Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het vorderingsformulier (formulier A); het verweerschrift. 2De feiten 2.
  4. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen en hun minderjarige kinderen op 24 juli 2023 vervoeren van Londen, Verenigd Koninkrijk, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7832 dan wel EZY7832 (hierna: de vlucht). 2.
  5. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  6. Passagiers sub 2, sub 3 en sub 4 hebben de eventuele vorderingsrechten tot compensatie van hun minderjarige kinderen aan zichzelf overgedragen. 2.
  7. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  8. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  9. De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van: - € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten. 3.
  10. De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. Het verzochte bedrag bevat ook de eventuele vorderingsrechten tot compensatie van de minderjarige kinderen van de passagiers sub 2, sub 3 en sub
  11. 3.
  12. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. 4.
  14. Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  15. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, ongeacht of er sprake is van eventuele buitengewone omstandigheden, onvoldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen of te beperken. Het Hof heeft namelijk geoordeeld dat bij een annulering van een luchtvaartmaatschappij mag worden verwacht dat zij alle middelen aanwendt om bij eerste gelegenheid en onder bevredigende voorwaarden redelijk alternatief vervoer voor de passagiers beschikbaar te stellen. Ook heeft het Hof geoordeeld dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. In dat geval is het aan de vervoerder om te onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd. 4.
  16. De vervoerder stelt dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen omdat hij passagiers sub 1 en sub 4 desgevraagd de ticketprijzen heeft terugbetaald en hen andere gemaakte kosten heeft vergoed. Passagiers sub 2 en sub 3 heeft hij omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie die een dag later werd uitgevoerd. Er waren namelijk geen alternatieve vluchten van hemzelf beschikbaar die binnen 24 uur aan zouden komen en de volgende dag werd dezelfde route niet door andere luchtvaartmaatschappijen uitgevoerd maar alleen door hemzelf. 4.
  17. De passagiers hebben dit al in het vorderingsformulier betwist. Zij voeren aan dat de vervoerder passagiers sub 1 en sub 4 in het geheel geen andere vluchten heeft aangeboden en dat passagiers sub 2 en sub 3 met een vertraging van meer dan een dag zijn aangekomen. 4.
  18. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder, vanwege de betwisting door de passagiers, onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij passagiers sub 2 en sub 3 na de annulering een alternatieve vlucht naar de eindbestemming heeft aangeboden. Voor zover hij heeft bedoeld te stellen dat hij dit wel heeft gedaan, maar passagiers sub 2 en sub 3 vervolgens zelf voor terugbetaling van de ticketprijzen in plaats van omboeking hebben gekozen, had het op zijn weg gelegen om dit betoog nader te onderbouwen door in ieder geval toe te lichten welke alternatieven hij de passagiers heeft aangeboden. Dit heeft hij nagelaten. Dat betekent dat hij voor passagiers sub 2 en sub 3 niet alle redelijke maatregelen heeft getroffen. 4.
  19. Ook voor de passagiers sub 1 en sub 4 heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen. Zij zijn immers omgeboekt naar een alternatieve vluchtcombinatie die meer dan een dag later op de eindbestemming aankwam. Weliswaar stelt de vervoerder dat er geen vluchten van hemzelf beschikbaar waren die binnen 24 uur aankwamen en ook dat er de dag erna geen vluchten van andere maatschappijen beschikbaar waren, maar daaruit volgt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet dat er ook geen andere vluchten van andere luchtvaartmaatschappijen beschikbaar waren die binnen 24 uur zouden aankomen. De door hem overgelegde schermafbeelding met een overzicht van vluchten maakt dit niet anders, omdat deze kennelijk slechts ziet op de beschikbare vluchten op 25 juli 2023 en daaruit dus niet blijkt wat de mogelijkheden op 24 juli 2023 waren (de dag van de geannuleerde vlucht). Daarom heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat de aan passagiers sub 1 en sub 4 aangeboden alternatieve vlucht een redelijke maatregel was. 4.
  20. Dit betekent dat ook als de annulering het gevolg zou zijn geweest van buitengewone omstandigheden, de vervoerder de passagiers moet compenseren. Daarom zal de door de passagiers verzochte hoofdsom worden toegewezen. De over de hoofdsom verzochte wettelijke rente is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar. 4.
  21. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. De vervoerder heeft dit verzoek (gemotiveerd) betwist. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat hiervoor door de passagiers kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II, omdat de tarieven neergelegd in voornoemd Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het verzochte bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de verzochte buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  22. De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
  23. Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht. 5De beslissingDe kantonrechter: 5.
  24. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.000,00 vanaf 24 juli 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  25. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 257,00 aan griffierecht en € 204,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:
  26. Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.