← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15620

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11306597 \ CV EXPL 24-6483 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de buitenlandse vennootschap Egyptair Airlines Company gevestigd te Cairo (Egypte) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vordering niet rechtsgeldig is overgedragen, dat hij niet in verzuim verkeert en dat hij rauwelijks is gedagvaard. Deze verweren slagen niet. De vordering tot compensatie wordt toegewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 29 februari 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Jomo Kenyatta International Airport, Nairobi (Kenia), via Cairo International Airport, Cairo (Egypte), met vluchtcombinatie MS758 en MS
  4. 2.
  5. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  6. De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  7. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening; - de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  8. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  9. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  11. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. 4.
  12. De vervoerder betwist dat de passagier haar vordering heeft overgedragen aan AirHelp. De handtekeningen op de ‘Assignment Agreement’ van 25 april 2024 verschilt van de handtekening op het paspoort van de passagier en een ‘Assignment Agreement’ die de vervoerder op 21 april 2024 heeft ontvangen. 4.
  13. De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op de door AirHelp overgelegde akte van cessie in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op haar paspoort, zodat aan dit verweer van de vervoerder voorbij wordt gegaan. 4.
  14. Omdat de vervoerder verder geen verweer voert tegen de gevorderde compensatie, is deze toewijsbaar. 4.
  15. Het verweer dat de vervoerder niet in verzuim is, slaagt evenmin. AirHelp heeft de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de vlucht. Het betreft hier een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, zodat deze schade, gelet op artikel 6:83 sub b BW, terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. De werkwijze en proceshouding van AirHelp - waar hierna op in zal worden gegaan – doen hier niet aan af. De wettelijke rente wordt daarom toegewezen vanaf 29 februari 2024, zijnde de datum waarop de vlucht op de eindbestemming had moeten aankomen. 4.
  16. Ook voert de vervoerder aan dat hij rauwelijks is gedagvaard. AirHelp had naast het zenden van de ‘Letter before Action’ ook een kopie van het paspoort of een ander identiteitsdocument van de passagier kunnen verstrekken. Volgens de vervoerder heeft AirHelp hem niet in de gelegenheid gesteld om de zaak buiten rechte af te kunnen doen. 4.
  17. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat de aanmaning van 13 juni 2024 hem per e-mail hebben bereikt. Met betrekking tot het ontbreken van de bijbehorende stukken geldt dat de vervoerder niet heeft gesteld dat hij daarom voorafgaand aan de procedure heeft gevraagd, zodat deze stelling naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd is. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
  18. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag van voldoening; 5.
  20. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 328,00;salaris gemachtigde € 270,00; te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.