RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11133870 \ CV EXPL 24-3557 Uitspraakdatum: 12 november 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2], wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] tegen de vennootschap naar buitenlands recht Egypt Airlines Company gevestigd te Caïro (Egypte) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke De zaak in het kort De passagiers vorderen compensatie omdat zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op hun eindbestemming. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden (personeelstekort op de luchthaven van Schiphol als gevolg van de Covid-19 pandemie) die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Dit verweer slaagt niet. De vordering is toewijsbaar. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eisers. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 13 augustus 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nairobi (Kenia), via Caïro (Egypte), met vluchtcombinatie MS758 en MS
- 2.
- Vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist. De passagiers zijn omgeboekt en met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Voorts verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 herziene EEX-Verordening 1215/2012 (Brussel I bis-Verordening). 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vaststaat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Caïro-Amsterdam-Caïro (vluchtnummers MS757 en MS758). Vlucht MS757 van Caïro naar Amsterdam werd met 34 minuten vertraging uitgevoerd vanwege verschillende oorzaken, waarbij de vervoerder aanvoert dat de vertraging bestaat uit 10 minuten vanwege het vullen van brandstof, 10 minuten vanwege opgelegde slots en 20 minuten in verband met het wachten op de werkzaamheden van de bagage-afhandelaar. 4.
- De vlucht in kwestie is volgens de vervoerder vertraagd door drie oorzaken, namelijk 27 minuten omdat de vorige vlucht vertraagd was aangekomen (code 93), 27 minuten door restricties van de luchtverkeersleiding (code 81) en 49 minuten vanwege ‘loading’ (code 32). De vervoerder voert aan dat deze 49 minuten vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg van een personeelstekort op Schiphol. Dit heeft geleid tot lange wachtrijen (congestie) en capaciteitsreductie. 4.
- Verder is de aansluitende vlucht (vlucht MS849) met 21 minuten vertraging vertrokken. Dit betekent dat indien de buitengewone omstandigheden niet plaatsgevonden hadden, de passagiers de aansluitende vlucht hadden kunnen halen, aldus de vervoerder. Ter onderbouwing van zijn verweer verwijst hij onder meer naar vluchtgegevens, nieuwsberichten en een bericht van Schiphol. 4.
- Ten aanzien van vlucht MS757 is de kantonrechter van oordeel dat de vertraging niet kan worden aangemerkt als een buitengewone omstandigheid. De vervoerder heeft tegenover de betwisting van de passagiers onvoldoende nader onderbouwd dat de aan deze vertraging ten grondslag liggende oorzaken als buitengewone omstandigheid moeten gelden. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de vertraging van de vlucht in kwestie van 27 minuten vanwege code 93 niet wordt aangemerkt als een buitengewone omstandigheid. 4.
- De kantonrechter is verder van oordeel dat de vervoerder zijn verweer met betrekking tot buitengewone omstandigheden ten aanzien van de vertraging van 49 minuten de vlucht in kwestie onvoldoende heeft onderbouwd. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om stukken over te leggen waaruit volgt dat ten tijde van het geplande vertrek van de vlucht sprake was van congestie als gevolg van de coronapandemie. Weliswaar heeft de vervoerder met het e-mailbericht van ACNL en de ‘explanatory notes’ aangetoond dat sprake was van congestie op de luchthaven van Amsterdam van 7 juli 2022 tot en met 31 juli 2022, maar de vlucht stond gepland te vertrekken op 13 augustus
- De vertraging voor de duur van 49 minuten is daarom evenmin het gevolg van buitengewone omstandigheden. 4.
- De vraag in hoeverre de vertraging van de vlucht van 27 minuten (code 81) als een buitengewone omstandigheid moet worden aangemerkt, behoeft geen beantwoording. De passagiers betwisten dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te beperken. Het is onduidelijk welke maatregelen de vervoerder heeft getroffen, of de vervoerder zich aan de minimale overstaptijd en de minimale buffertijd van 20 minuten heeft gehouden en in hoeverre deze maatregelen de vertraging hadden kunnen voorkomen dan wel beperken, aldus de passagiers. De vervoerder heeft hier enkel tegenin gebracht dat hij de passagiers zo snel mogelijk naar de eindbestemming heeft vervoerd zodra dat mocht en kon. De kantonrechter acht dit onvoldoende. Nu de vervoerder een beroep doet op de redelijke maatregelen, had het op zijn weg gelegen dit nader te onderbouwen. Omdat de vervoerder dat heeft nagelaten, kan de vertraging van de vlucht van 27 minuten wegens code 81 – ook als zou worden aangenomen dat deze vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid – er niet toe leiden dat hij niet aan zijn compensatieverplichting uit de Verordening moet voldoen. 4.
- De kantonrechter concludeert dat de vordering tot compensatie toewijsbaar is. De rente is toewijsbaar zoals gevorderd. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
- De gevorderde afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een EU-lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 augustus 2023 tot aan de dag van voldoening; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter