← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15623

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11291309 \ CV EXPL 24-6063 Uitspraakdatum: 26 november 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3],
  3. [eiser 4],allen wonende te [plaats 1]
  4. [eiser 5],
  5. [eiser 6],
  6. [eiser 7],
  7. [eiser 8],
  8. [eiser 9], allen wonende te [plaats 2]
  9. [eiser 10],
  10. [eiser 11], beiden wonende te [plaats 1] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevorderd. De vervoerder voert aan dat passagier sub 8 en sub 9 de gemachtigde geen volmacht hebben verleend voor het namens hen voeren van deze procedure, zodat zij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering. Verder hebben de passagiers de vervoerder rauwelijks gedagvaard. Beide verweren slagen niet. De gevorderde compensatie is toewijsbaar. 1Het procesverloop 1.
  11. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  12. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  13. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 8 augustus 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador Airport, Nador (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht). 2.
  14. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  15. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  16. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 4.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 565,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten. 3.
  17. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  18. De vervoerder voert verweer. Op dit verweer wordt – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  19. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  20. De vervoerder voert aan dat passagier sub 8 en sub 9 Aviclaim hebben gemachtigd om hen in deze procedure te vertegenwoordigen. Hij voert aan dat de handtekeningen op de overgelegde volmachten afwijken van de handtekeningen in de paspoorten van de passagiers, althans dat de handtekeningen op de volmacht niet leesbaar zijn. 4.
  21. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. De passagiers hebben met het overleggen van de boekingsbescheiden, de kopieën van de paspoorten van passagier sub 8 en sub 9 en omdat de vervoerder niet heeft betwist dat deze passagiers een bevestigde boeking hadden voor de vlucht, voldoende hebben onderbouwd dat zij Aviclaim hebben gemachtigd om namens hen te procederen. 4.
  22. Verder voert de vervoerder aan dat de passagiers niet aan hun stelplicht (en bewijslast) hebben voldaan. Ook hier gaat de kantonrechter aan voorbij. De vervoerder heeft immers geen gemotiveerde betwisting naar voren gebracht, zodat het de kantonrechter onduidelijk is wat de vervoerder betwist. De enkele algemene betwisting van de verschuldigdheid van de vordering is daartoe in ieder geval onvoldoende. 4.
  23. Ten slotte stelt de vervoerder dat hij rauwelijks is gedagvaard. De passagiers hadden de compensatieclaim op juiste wijze moeten indienen (via het webformulier op de website van de vervoerder). Daar komt dat bij de door de vervoerder ontvangen e-mailberichten van de passagiers van 25 maart 2024 en 28 maart 2024 geen stukken waren gehecht, zodat de vervoerder de compensatieclaims niet kon beoordelen. 4.
  24. De kantonrechter overweegt dat de vervoerder heeft erkend dat de aanmaningen hem per e-mail hebben bereikt. De omstandigheid dat de passagiers de vordering niet (ook) via de website van de vervoerder hebben ingediend, maakt dit niet anders. Daarnaast heeft de vervoerder zijn stelling dat de aanmaningen niet voorzien waren van de relevante stukken onvoldoende onderbouwd, nu hij ook niet heeft aangevoerd dat hij om deze stukken heeft gevraagd. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
  25. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. 4.
  26. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum hadden. 4.
  27. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  28. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 4.965,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.400,00 vanaf 8 augustus 2022, en over € 565,00 vanaf 31 juli 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  29. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 248,00;salaris gemachtigde € 542,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  30. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 135,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
  31. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.