RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11707176 \ CV FORM 25-3181 Uitspraakdatum: 1 oktober 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] wonende te [plaats] verzoekende partij verder te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. tegen Compania Naţionale de Transporturi Aeriene Române TAROM S.A., gevestigd te Otopeni (Romenië) verwerende partij verder te noemen: de vervoerder niet verschenen 1Het procesverloop 1.
- De passagier heeft het standaard vorderingsformulier A van bijlage I van Verordening (EG) nr. 861/2007 en op 16 december 2015 gewijzigd bij nr. 2015/2421 (in werking getreden op 14 juli 2017) tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: de verordening) ingediend op de griffie van deze rechtbank op 10 mei
- Aan dit formulier zijn producties gehecht. 1.
- De vervoerder is op het juiste adres bij aangetekende brief - met bericht van ontvangst - van 30 juni 2025 in de gelegenheid gesteld middels het standaardformulier C van bijlage III van de verordening, verweer te voeren tegen het verzoek. De griffier heeft bij het standaardformulier C een afschrift van het standaard vorderingsformulier A met producties gevoegd. 1.
- De vervoerder heeft het standaardformulier C niet geretourneerd en ook anderszins niet van zich doen horen. 2De beoordeling 2.
- De Europese procedure voor geringe vorderingen is - zakelijk weergegeven - in grensoverschrijdende gevallen van toepassing in burgerlijke en handelszaken, indien de waarde van een vordering op het tijdstip dat het vorderingsformulier ter griffie wordt ontvangen, niet meer bedraagt dan € 5.000,00, behoudens de in artikel 2 van de verordening genoemde uitzonderingen. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de verordening valt en dat hij bevoegd is van het verzoek kennis te nemen. 2.
- Gebleken is dat de passagier een overeenkomst tot personenvervoer door de lucht heeft gesloten op basis waarvan de vervoerder de passagier tegen betaling op 8 juli 2024 zou vervoeren. De vlucht van de passagier is geannuleerd en de passagier is omgeboekt naar een andere vlucht. 2.
- De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening). 2.
- Het verzoek tot compensatie wegens annulering van de vlucht komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat dat verzoek zal worden toegewezen. De wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar zoals gevorderd. 2.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aangetoond en onderbouwd dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 2.
- De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van € 41,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagier worden gemaakt. De verzochte rente over de proceskosten en de nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking. 2.
- Op verzoek van de passagier zal een certificaat als bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen aan deze beschikking worden gehecht. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 8 juli 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening; 3.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op: - griffierecht € 90,00; - salaris gemachtigde € 82,00; te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 3.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagier worden gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening; 3.
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open