← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15827

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Haarlem Economische Politierechter Parketnummer: 15-227260-24 Zittingsdatum: 28 november 2025 Uitspraakdatum: 12 december 2025 Tegenspraak Schriftelijk vonnis Vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [woonadres] . 1Het onderzoek op de terechtzitting De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.K.M. Thuijs en van wat verdachte en zijn advocaten, mr. K. Vierhout, advocaat te Haarlem en mr. A.W. Smit Sibinga, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 9 mei 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, op de voor het openbaar vervoer openstaande weg, de Folkstoneweg, als een in Nederland gevestigde vervoerder, beroepsvervoer heeft verricht, althans heeft doen verrichten, zonder geldige daartoe verleende communautaire vergunning; ( art 2.5 lid 1 Wet wegvervoer goederen ) 3Beoordeling van het bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. De officier van justitie heeft daartoe zakelijk weergegeven het volgende aangevoerd. Verdachte is staande gehouden terwijl hij goederen over de weg vervoerde en hij beschikte niet over een communautaire vergunning op zijn naam. Verdachte toonde een communautaire vergunning op naam van [bedrijfsnaam 1] . Aangezien verdachte niet in loondienst was van [bedrijfsnaam 1] , maar zijn diensten verrichtte als zelfstandige zonder personeel (ZZP-

  1. er)had hij zelf over een communautaire vergunning moeten beschikken. De omstandigheid dat de vrachtauto niet geladen was betekent niet dat er geen sprake is van goederenvervoer. 3.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft aan de hand van de pleitnota beargumenteerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Daartoe heeft de verdediging het volgende aangevoerd (samengevat). Uit het proces-verbaal blijkt dat het voertuig op het moment van controle leeg was. Dat betekent dat er op dat moment geen sprake was van beroepsvervoer en er ook geen vergunningplicht bestond. In de tweede plaats is voor bewezenverklaring nodig dat de verdachte kwalificeerde als vervoerder. Dat was niet het geval. Het transport vond plaats voor rekening en risico van [bedrijfsnaam 1] hetgeen onder meer blijkt uit: De opdracht tot het transport was gegeven door [bedrijfsnaam 2] aan [bedrijfsnaam 1] , zoals blijkt uit de overgelegde charter registratie. [bedrijfsnaam 1] heeft [bedrijfsnaam 2] gefactureerd voor het transport, zoals blijkt uit de overgelegde factuur. Het voertuig stond op naam van [naam 1] , de eigenaar van [bedrijfsnaam 1] , en De vergunning van [bedrijfsnaam 1] was in het voertuig aanwezig. In die omstandigheden moet [bedrijfsnaam 1] als de vervoerder worden aangemerkt, omdat het transport voor rekening en risico van [bedrijfsnaam 1] en niet van verdachte werd verricht. Verdachte trad alleen op als chauffeur, daarbij is niet van belang of hij dat deed als ZZP-er dan wel als chauffeur in loondienst. Nu verdachte niet de vervoerder was is geen sprake van overtreding van artikel 2.5 van de Wet wegvervoer goederen. Verdachte dient te worden vrijgesproken 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Wettelijk kader Wet wegvervoer goederen, (hierna de Wet) zoals gold ten tijde van het feit, bevat onder meer de volgende bepalingen Hoofdstuk 1 . Algemene bepalingen Artikel 1.1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: [..] beroepsvervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat tegen vergoeding van een of meer derden wordt verricht, niet zijnde eigen vervoer; [..] vervoerder: de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of de maatschap voor wiens rekening en risico het beroepsvervoer of het eigen vervoer wordt verricht; [..] Artikel 1.2 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder beroepsvervoer onderscheidenlijk eigen vervoer mede verstaan de ledige ritten en het laden en lossen van zaken in een vrachtauto in verband met dit vervoer.[..] 3 Een natuurlijk persoon die goederen vervoert met een communautaire vergunning van een derde [..]verricht beroepsvervoer indien hij de vrachtauto waarmee de goederen worden vervoerd in eigendom heeft of de vrachtauto hem anderszins tegen vergoeding ter beschikking is gesteld. [..] Artikel 2.5 1. Het is een in Nederland of in een andere lidstaat gevestigde vervoerder verboden om beroepsvervoer te verrichten zonder geldige daartoe verleende communautaire vergunning.[..] 3.3.2. De feitelijke gang van zaken Uit het proces-verbaal, de door de verdediging overgelegde stukken en de verklaring van verdachte op de zitting kan het volgend worden afgeleid. [bedrijfsnaam 1] is een transportonderneming (eenmanszaak) van [naam 1] . [bedrijfsnaam 1] was ten tijde van het feit houder van een communautaire vergunning en [naam 1] was de kentekenhouder van de VOLVO vrachtwagencombinatie met kenteken [kenteken] . Verdachte overwoog om bij [bedrijfsnaam 1] als chauffeur in dienst te treden, maar heeft eerst als ZZP-er voor [bedrijfsnaam 1] gereden. Toen de vrachtwagencombinatie op 9 mei 2023 door de verbalisant werd gecontroleerd was deze niet geladen. Volgens de verklaring van verdachte ten overstaan van de verbalisant was hij onderweg naar [bedrijfsnaam 3] , om een lading op te halen. 3.3.3. Beoordeling Van beroepsvervoer in de zin van de wet is, gezien artikel 1.2 van de Wet ook sprake bij ledige ritten. Verdachte was op weg om lading op te halen en dus was er sprake van een rit in verband met het vervoer van goederen. Hoewel er ten tijde van de controle nog geen lading in de vrachtauto was geladen was daarom wel sprake van beroepsvervoer in de zin van de Wet. De vraag die de economische politierechter moet beoordelen is of de verdachte beroepsvervoer verrichte. Niet blijkt dat verdachte de vrachtauto waarmee het transport werd verricht toebehoorde, of dat hij deze tegen betaling in gebruik had. Er is geen aanwijzing dat de verdachte iets anders deed dan chauffeurswerkzaamheden verrichten. In de Memorie van Toelichting bij het voorstel van de Wet staat in het algemene deel onder meer: Een zelfstandige zonder personeel (hierna: zzp-
  2. er)die zich verhuurt aan een vervoerder en met een door die vervoerder ter beschikking gestelde vrachtauto goederen vervoert, is niet vergunningplichtig. En in de artikelsgewijze toelichting bij artikel 1.2: In het derde lid van dit artikel is neergelegd dat een zzp-er geen beroepsvervoer kan verrichten onder de vergunning van een derde, indien de houder van die vergunning geen vrachtauto ter beschikking heeft gesteld. Een zzp-er die zich als chauffeur verhuurt voor het besturen van een of meer vrachtauto’s van de vervoerder verricht daarmee geen beroepsvervoer. Uit een en ander kan worden afgeleid dat de wetgever uitdrukkelijk heeft beoogd mogelijk te maken dat ZZP-ers met een vrachtwagen in eigendom van een derde voor die derde en met gebruikmaking van de vergunning van die derde als chauffeur op te treden voor goederen vervoer op de weg. Zij zijn dan niet aan te merken als vervoerder en zij verrichten geen beroepsvervoer. Nu het zijn van vervoerder en het verrichten van beroepsvervoer elementen zijn van het tenlastegelegde en die elementen niet kunnen worden bewezen zal de verdachte van de tenlastelegging worden vrijgesproken. 4Beslissing De economische politierechter: Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Marcus, economische politierechter, in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.P. van der Wiel, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 december 2025. Als hierna wordt verwezen naar het proces-verbaal wordt daarmee bedoelt het proces-verbaal met dossiernummer PL27RP/23-002356 opgemaakt door verbalisant [verbalisant] op 17 juni 2023 en de daarbij behoorden bijlagen. De paginanummers verwijzen naar het digitale dossier. Bijlage bij het proces-verbaal pagina 18. Bijlage bij het proces-verbaal pagina 12. Verklaring van de verdachte op de zitting van 28 november 2025. Kamerstukken II 2006/07, 30896 nr. 3 (MvT)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.