RECHTBANK Noord-Holland Civiel recht Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: C/15/361823 / HA ZA 25-64 Vonnis van 19 november 2025 in de zaak van [eiseres] , te Zaanstad, eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. C.H.J.M. Abeln, tegen HEDDES BOUW & ONTWIKKELING B.V., te Hoorn, gedaagde partij, hierna te noemen: Heddes, advocaat: mr. S.A.A. Labee. De zaak in het kort In deze zaak gaat het om de vraag of er een bemiddelingsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen en of Heddes krachtens die overeenkomst een vergoeding aan [eiseres] moet betalen. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Uit de e-mailcorrespondentie tussen partijen blijkt dat [eiseres] de potentiële klant heeft aangebracht bij Heddes en dat partijen hebben afgesproken dat [eiseres] van Heddes een vergoeding zou krijgen als die klant opdracht zou geven voor het modulair bouwen van 150 woningen in Zaandam. De rechtbank kan nog geen beslissing nemen over de hoogte van de aan [eiseres] te betalen vergoeding. De rechtbank beveelt om de hoogte van de vergoeding te kunnen vaststellen Heddes de relevante bescheiden in de procedure over te leggen. Daarbij dient Heddes inzichtelijk te maken op welk bedrag [eiseres] volgens haar aanspraak kan maken. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 januari 2025 met producties 1 tot en met 16, - de conclusie van antwoord van 23 april 2025 met producties 1 tot en met 4, - het tussenvonnis van 7 mei 2025, - de akte van 24 september 2025 van Heddes met producties 5 en 6, - de op 8 oktober 2025 gehouden mondelinge behandeling. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Beide advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.1. [eiseres] exploiteert een onderneming op het gebied van management- en organisatieadvies in de burgerlijke en utiliteitsbouw. De heer [mede-bestuurder] is mede- bestuurder van de vennootschap. Hij heeft de onderhandelingen en de correspondentie gevoerd met Heddes, dus waar in dit vonnis wordt gesproken over handelingen van [eiseres] , bedoelt de rechtbank de heer [mede-bestuurder] . 2.2. Heddes is een aannemingsbedrijf. Volgens het uittreksel van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel zijn de heer [naam vertegenwoordiger 1] (hierna: [naam vertegenwoordiger 1] ) en mevrouw [naam vertegenwoordiger 2] gezamenlijk bevoegd Heddes te vertegenwoordigen. 2.3. Tot dezelfde groep vennootschappen waarvan Heddes deel uitmaakt behoort Ursem Modulaire Bouwsystemen B.V. (hierna: Ursem). Ursem is een producent van modulaire, kant-en-klare bouwsystemen, waaronder woningen. 2.4. Op 9 december 2019 hebben [eiseres] en Ursem een samenwerkingsovereenkomst (hierna: SOK) gesloten met, kort gezegd, het doel de assemblageproductie voor de modulaire bouw in de fabriek van Ursem te verhogen. De SOK is namens Ursem ondertekend door [naam vertegenwoordiger 1] en [naam 1] . Krachtens de SOK ontving [eiseres] een vergoeding van € 5.000,- exclusief BTW per maand. Daarnaast zou [eiseres] , kort gezegd, voor de opstart en begeleiding een vergoeding van 2% over de verkoopprijs ontvangen per modulair element, inclusief installaties. 2.5. Medio maart 2021 hebben Ursem en [eiseres] de SOK in onderling overleg beëindigd. 2.6. Op 9 april 2021 heeft [eiseres] per e-mail aan Heddes medegedeeld dat zij een potentiële klant heeft voor 150 modulaire woningen in Zaandam. [eiseres] vroeg Heddes: “(…) Hoe tuigen we dit op? Behouden we onze fee afspraken zoals ons contract en brengen we deze klant bij jullie aan tafel………?” 2.7. Dezelfde dag antwoordde [naam vertegenwoordiger 1] aan [eiseres] dat het goed is om elkaar maandag te bellen over deze kans en dat hij blij is dat [eiseres] doorzet. In de daaropvolgende dagen hebben [eiseres] en Heddes per e-mail overleg gehad over het maken van een afspraak met de potentiële klant en het bezoek van die klant aan de fabriek van Ursem. 2.8. Bij e-mail van 20 april 2021 heeft [eiseres] aan de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ) van Heddes geschreven: “De vraag tav de financiële afspraak is 9 April schriftelijk aan [naam vertegenwoordiger 1] gesteld (zie email onder) . Mondeling werd aangegeven dat deze in lijn zou kunnen zijn met een andere partij. Daar kwam men op terug. Kan jij bevestigen wat we nu aan kunnen houden, jullie voorstel? De Fee zoals ons oude contract of een afspraak in lijn van een bestaand contract. Svp voor het bezoek van volgende week gaarne duidelijkheid. Anders krijgen we weer zo een onprettig momentje wat gebaseerd is op nalatige communicatie onderling. (…)” 2.9. Bij e-mail van 21 april 2021 heeft [naam vertegenwoordiger 1] aan [eiseres] het volgende geschreven: “Bijgaan ontvang je onze interne kostenopstellingen van modulaire referentieprojecten. Het mag duidelijk zijn dat dit interne vertrouwelijke informatie is. Laten we elkaar morgen bellen over een afspraak voor een aanbrengvergoeding voor commerciële projecten.” 2.10. Vervolgens heeft er een telefonisch overleg plaatsgevonden tussen [eiseres] en [naam vertegenwoordiger 1] . Bij e-mail van 28 april 2021 heeft [naam vertegenwoordiger 1] dit gesprek bevestigd: “Zojuist bespraken wij een vergoeding voor het commercieel ondersteunen van projecten voor Ursem modulaire bouwsystemen. Wij stellen een vergoeding voor van 0.8% over de totale bouwkosten inclusief installatie, exclusief b.t.w. Dit bedrag is verschuldigd op het moment dat het contract onvoorwaardelijk is ondertekend en zonder voorbehouden. Dit bedrag zal worden betaald bij het slaan van de eerste paal. Wij zullen deze vergoeding per project overeenkomen. Zonder project specifieke afspraak kan geen aanspraak worden gemaakt op een vergoeding. Deze afspraak dient ook wederzijds rechtsgeldig te worden ondertekend door degene die ook het hoofdcontract van het project zal ondertekenen. (…)” 2.11. Op 29 april 2021 heeft een bezoek aan de fabriek van Ursem plaatsgevonden, waarbij [eiseres] , [naam 2] en de heer [directeur] (directeur Ursem) aanwezig waren. Verder waren aanwezig de heren [naam 3] en [naam 4] van [de klant] . Zij vormden het projectteam van [de klant] voor de bouw van de eerdergenoemde 150 woningen. Dat project wordt hierna ook aangeduid als het project Slachthuisstraat . 2.12. Op 5 juli 2021 en op 25 augustus 2021 heeft [eiseres] schriftelijk per Whatsapp respectievelijk per e-mail gevraagd over de voortgang en status van het project Slachthuisstraat . Op 31 augustus 2021 heeft Heddes medegedeeld dat ze in goed overleg zijn maar dat er nog geen besluit van [de klant] voor de 150 woningen is gevallen. 2.13. Bij e-mail van 17 juni 2024 heeft [eiseres] aan [naam 2] het volgende geschreven: “In 2021 hebben we afspraken gemaakt over het aandragen van projecten modulaire bouwsystemen voor Ursem. In de tijd dat we het Ursem logo ook op de voorgevel hadden staan. Het betreft het aandragen van 158 sociale en middeldure huurwoningen Slachthuisstraat Zaandam. Heddes stelde een vergoeding voor van 0.8% over de totale bouwkosten inclusief installatie, exclusief b.t.w. Gaarne een reactie hoe we met deze afspraak om dienen te gaan.” 2.14. Dezelfde dag reageerde [naam 2] . Hij deelde per e-mail aan [eiseres] mee dat hij de afspraak voor het project Slachthuisstraat niet kent, dat hij met [naam vertegenwoordiger 1] gaat overleggen en dat hij erop terug komt. 2.15. Een reactie is uitgebleven. Bij brief van 18 november 2024 heeft [eiseres] Heddes gesommeerd de informatie aan te dragen op basis waarvan [eiseres] haar factuur voor de vergoeding kan opstellen. [eiseres] heeft in de brief ook aanspraak gemaakt op betaling van de verschuldigde bedragen. 2.16. Bij brief van 27 november 2024 heeft Heddes aan [eiseres] geschreven dat een overeenkomst met betrekking tot het project Slachthuisstraat niet tot stand is gekomen en dat zij de vordering betwist. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – dat de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad: A. bij declaratoir tussenvonnis: I. voor recht verklaart dat Heddes uit hoofde van een met [eiseres] gesloten overeenkomst per 16 juli 2024 althans per datum dat de eerste paal is geslagen voor het bouwproject van 150/158 woningen in Zaandam in opdracht van [de klant] , een vergoeding aan [eiseres] verschuldigd is ter hoogte van 0,8% over de totale bouwkosten inclusief installaties en exclusief BTW; II. Heddes op straffe van een dwangsom veroordeelt tot afgifte van alle informatie en documenten waaruit blijkt wat de totale bouwkosten inclusief installaties met betrekking tot het project zullen zijn; en [eiseres] gedurende het bouwproces (per eerste van de maand) ieder kwartaal nader schriftelijk op de hoogte te stellen van tussentijdse mutaties van de op het project betrekking hebbende bouwkosten inclusief installatiekosten, waaronder begrepen de tussen Heddes en Slachthuisstraat Ontwikkeling C.V. (een samenwerking tussen Blauwhoed en Koers ) gesloten SOK; en alle overige documenten waaruit de totale bouwkosten inclusief installatiekosten met betrekking tot het project nu en in de toekomst volgen c.q. op basis waarvan de berekeningen worden gemaakt; III. Heddes veroordeelt om op basis van de onder II vermelde stukken een berekening van de aan [eiseres] te betalen vergoeding over te leggen; IV. de procedure verwijst voor akte uitlaten producties, te nemen door [eiseres] ; bij eindvonnis: V. Heddes veroordeelt tot betaling van de op basis van sub I en sub II vastgestelde bedragen en voor wat betreft het per 16 juli 2024 opeisbare deel te vermeerderen met de wettelijke handelsrente; VI. Heddes veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke handelsrente. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering, sterk samengevat, het volgende ten grondslag. [eiseres] heeft met Heddes afgesproken dat zij een vergoeding zou ontvangen voor het aanbrengen van [de klant] voor het project Slachthuisstraat . Heddes weigert die afspraak na te komen. Om inzicht te krijgen in de vergoeding waar [eiseres] recht op heeft, moet Heddes de relevante bescheiden over de bouwsom van het project Slachthuisstraat aan [eiseres] afgeven en een berekening geven van de vergoeding waarop [eiseres] recht heeft. 3.3. Heddes voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Overeenkomst 4.1. De vraag is of er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen op basis waarvan [eiseres] recht heeft op een door Heddes te betalen vergoeding in verband met het project Slachthuisstraat . De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is en legt hierna uit waarom. 4.2. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. De vraag of een overeenkomst met een bepaalde inhoud tot stand is gekomen, moet worden beantwoord aan de hand van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en wat zij in dat verband redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. 4.3. Vast staat dat in april 2021 tussen [eiseres] en, onder meer, [naam vertegenwoordiger 1] en [naam 2] van Heddes is gecorrespondeerd over een door [eiseres] aan te brengen potentiële klant voor de bouw van 150 modulaire woningen in Zaandam. Uit die e-mailcorrespondentie (zie hiervoor onder 2.6 tot en met 2.10) blijkt onmiskenbaar dat het streven van [eiseres] erop was gericht dat op 30 april 2021 een gesprek zou plaatsvinden tussen Heddes en de potentiële klant (naar later voor Heddes bleek: [de klant] ) en dat [eiseres] de identiteit van de potentiële klant voor Heddes geheim wilde houden totdat er een provisieregeling voor [eiseres] op papier stond (zie de e-mail van 20 april 2021 - r.o. 2.8). Die schriftelijke bevestiging heeft [naam vertegenwoordiger 1] namens Heddes op 28 april 2021 gegeven (zie hiervoor onder 2.10). Vervolgens heeft inderdaad op 30 april 2021 een bezoek aan en bespreking bij Ursem plaatsgevonden. Daarbij was, naast [de klant] en Heddes, ook [eiseres] aanwezig. Vervolgens zijn Heddes en [de klant] inderdaad gekomen tot het gezamenlijk realiseren van het project Slachthuisstraat te Zaandam. 4.4. Kort gezegd komen de verweren van Heddes erop neer (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.