← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15907

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10924613 \ CV EXPL 24-979 Uitspraakdatum: 28 mei 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap British Airways Plc gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm) De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigeheden en de gevolgen daarvan (ijsvrij maken van de toestellen en ‘slot delays’). Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben vervoersovereenkomsten gesloten met de vervoerder. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 9 december 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Gatwick Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA2765 (hierna: de vlucht). 2.
  4. De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn hierdoor met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  5. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. 2.
  6. AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  7. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  8. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  9. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  10. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  12. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het nemen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  13. Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Londen – Tenerife – Londen – Amsterdam – Londen (vluchtnummers BA2702, BA2703, BA2764 en BA2765). Door de slechte weersomstandigheden moesten de toestellen die vluchten BA2702 en BA2764 uitvoerden, ijsvrij gemaakt worden. De vervoerder kreeg pas toestemming van de luchtverkeersleiding om te vertrekken nadat de toestellen ijsvrij waren gemaakt. Daarnaast werd vlucht BA2702 1 minuut vertraagd door de slechte weersomstandigheden. Vlucht BA2703 kreeg een slot delay opgelegd door de luchtverkeersleiding, waardoor een vertraging van 8 minuten is ontstaan. Al deze vertragingen werkten door op de vlucht in kwestie, waardoor de vlucht met 3 uur en 25 minuten vertraging was aangekomen op de eindbestemming. De vervoerder doet slechts met betrekking op 149 minuten van de totale vertraging een beroep op een doorwerking van buitengewone omstandigheden. Hieronder valt de ‘de-icing’ procedures die uitgevoerd moesten worden en hebben geleidt tot de ‘slot delays’. Deze omstandigheden dienen gekwalificeerd te worden als buitengewone omstandigheden. De vervoerder kan hier geen enkele invloed op uitoefenen, omdat deze niet inherent zijn aan de normale uitvoering van de activiteiten van de vervoerder. De vervoerder is volledig afhankelijk van de luchtverkeersleiding, aldus de vervoerder. 4.
  14. AirHelp betwist dit. De ‘de-icing’ procedure is een omstandigheid die inherent is aan de normale uitoefening van het bedrijf van de vervoerder en is daarom niet een buitengewone omstandigheid. Daarnaast had de vervoerder moeten anticiperen op de winterse weersomstandigheden, omdat de vervoerder in de winter redelijkerwijs kan verwachten dat zich weersomstandigheden zullen voordoen waarin de kans bestaat dat ‘de-icing’ moet plaatsvinden. Enkel de ‘slot delay’ die een vertraging van 8 minuten veroorzaakte, kan aangemerkt worden als een buitengewone omstandigheid. Als dit afgetrokken wordt van de algehele vertraging, zouden de passagiers alsnog met meer dan drie uur vertraging aangekomen zijn op de eindbestemming. De vervoerder moet daarom de passagiers een compensatie betalen. 4.
  15. De kantonrechter gaat hier niet in mee. De kantonrechter is van oordeel dat zowel het wachten op de-icing als de uitvoering van de de-icing procedure kunnen worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden, mits voldoende onderbouwd. De vervoerder heeft voldoende aangetoond met stukken dat de toestellen ijsvrij gemaakt moesten worden en dat hij afhankelijk is van de luchtverkeersleiding en de faciliteiten van Schiphol. De vervoerder heeft daarbij ook voldoende aangetoond dat de wachttijd wordt bepaald door de luchtverkeersleiding en dat de vervoerder hierop geen invloed kan uitoefenen. Gelet op deze en alle overige omstandigheden van het onderhavige geval is de kantonrechter dan ook van oordeel dat de vertraging is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden. De omstandigheid dat winterweer in december niet als een verrassing voor de vervoerder kan komen maakt dit niet anders. Van de vervoerder kan niet worden verwacht dat hij bij de planning van zijn vluchten rekening houdt met de mogelijke omstandigheid dat een toestel moet worden ‘ge-de-iced’. Voor het stellen van prejudiciële vragen is geen aanleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt. 4.
  16. Nu resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te beperken of te voorkomen. De vervoerder voert in dit verband aan dat hij geen andere maatregelen had kunnen treffen om de ongunstige weersomstandigheden en de daaruit voortvloeiende ‘slot delays’ en de ‘de-icing’ procedures te vermijden. Gezien de duur van de vertraging, had de vervoerder ervoor kunnen kiezen om de vlucht te annuleren, maar het vertraagd uitvoeren was het meest redelijke beschikbare optie. AirHelp betwist dit. De vervoerder heeft niet toegelicht dat hij genoeg tijd heeft voorzien in zijn schema voor het ‘de-icen’ van het toestel. De vervoerder brengt hier tegen in dat de er niet van de vervoerder verwacht hoeft te worden dat hij rekening houdt met de mogelijkheid dat een toestel moet worden ‘ge-de-iced’. De kantonrechter gaat mee in het verweer van de vervoerder. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen. 4.
  17. Met betrekking tot de nevenvorderingen heeft de vervoerder aangevoerd dat de proceskosten moeten worden gecompenseerd omdat hij rauwelijks is gedagvaard. Aangezien de vordering van AirHelp wordt afgewezen, wordt zij veroordeelt tot betaling van de proceskosten. De kantonrechter zal hier daarom niet inhoudelijk op ingaan. 4.
  18. AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De daarover gevorderde rente is toewijsbaar vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  19. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
  20. veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. 5.
  21. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.